Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » 13b Opiumwet: méér dan 0,5 gram harddrugs niet voldoende voor sluiting?

13b Opiumwet: méér dan 0,5 gram harddrugs niet voldoende voor sluiting?

Op 23 januari 2017 deed de Rechtbank Zeeland West-Brabant een opmerkelijke uitspraak (ECLI:NL:RBZWB:2017:418). Volgens de rechtbank was de burgemeester van Tilburg niet zonder meer bevoegd een woning te sluiten met toepassing van artikel 13b Opiumwet (‘Wet Damocles’), hoewel daarin meer dan 0,5 gram harddrugs werden aangetroffen. Deze hoeveelheid betreft volgens vaste rechtspraak, overeenkomstig de door het openbaar ministerie toegepaste (vervolgings)criteria, de maximaal toegestane gebruikshoeveelheid harddrugs. Bij softdrugs is de maximale gebruikshoeveelheid 5 gram. Bij een aangetroffen hoeveelheid drugs die deze gebruikshoeveelheden overstijgt, wordt aangenomen dat sprake is van een handelshoeveelheid en is de burgemeester bevoegd zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet toe te passen. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbende op het pand om aannemelijk te maken dat de hoeveelheid drugs niet voor handel bestemd was.

Franc Pommer, advocaat bij Hekkelman Advocaten & Notarissen en docent op de cursus Wet- en regelgeving in Openbare Orde en Veiligheid, de opleiding bibob coördinator en de cursus Bestuursrechtelijk handhaven, gespecialiseerd in openbare- orderecht.

Nieuwe lijn: aansluiten bij gebruikelijke doses verslaafden

De rechtbank is van oordeel dat het enkel het aantreffen van een beperkte hoeveelheid drugs boven de 0,5 gram niet voldoende is om uit te gaan van handel, omdat voor verslaafden een hoeveelheid van 2 à 3 gram tot soms 5 gram cocaïne per dag voor persoonlijk gebruik niet ongebruikelijk is. Het is volgens de rechter bij een dergelijke (geringe) hoeveelheid drugs aan de burgemeester om aannemelijk te maken dat de drugs, die ook voor persoonlijk gebruik zouden kunnen zijn, daadwerkelijk bestemd zijn voor de handel. Wanneer grote hoeveelheden drugs in een woning worden aangetroffen mag de burgemeester volgens de bestuursrechter wél blijven aannemen dat er sprake is van drugshandel en het pand sluiten. Dit is vanaf deze uitspraak de nieuwe lijn van de Rechtbank Zeeland West-Brabant!

De volledige rechtsoverweging van de rechtbank luidt:

“5.5 De rechtbank hanteert daarom vanaf heden de volgende lijn. Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien uit de feiten volgt dat aannemelijk is dat in woningen of lokalen drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel dat de drugs daartoe aanwezig zijn. Dat een hoeveelheid drugs in een woning of een lokaal wordt aangetroffen, kan op zichzelf al een voldoende indicatie zijn dat deze voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn en derhalve dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet van toepassing is, indien de hoeveelheid zodanig groot is dat vrijwel is uitgesloten dat de drugs voor eigen gebruik zijn bestemd. In een dergelijk geval zal de burgemeester in beginsel geen nadere feiten en omstandigheden hoeven aannemelijk te maken die er ook op wijzen dat de drugs “daartoe aanwezig” zijn. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbende op het pand om het tegendeel aannemelijk te maken. Indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen.

Ingeval van hoeveelheden aangetroffen drugs van niet meer dan een beperkt aantal voor de belanghebbende gebruiker gebruikelijke doses – waarbij de rechtbank thans bewust in het midden laat welke hoeveelheden dit zijn omdat dit van geval tot geval kan verschillen – ligt het op de weg van de burgemeester om feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die de conclusie ondersteunen dat de aangetroffen drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Pas dan is er sprake van een bevoegdheid voor de burgemeester tot het opleggen van een last onder bestuursdwang.”

Opmerkelijk

De nieuwe lijn van de rechtbank is alleen al opmerkelijk omdat dit een trendbreuk vormt met de heersende rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Daarnaast is de lijn moeilijk verenigbaar met het doel – althans een van de doelen – die de wetgever met artikel 13b Opiumwet heeft beoogd, te weten “de preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden” (MvT, Kamerstukken II 1996/97, 25 324 nr. 3, blz. 5). Bovendien vraag ik mij af hoe zich in de praktijk (objectief) laat vaststellen dat er sprake is van een “noodzakelijke behoefte” aan drugs bij de bewoner/gebruiker van een pand en hoe kan worden bepaald hoeveel drugs de betrokkene nodig heeft? Deze nieuwe lijn zet mijns inziens het systeem van artikel 13b Opiumwet dan ook op de helling. Het wordt voor gemeenten steeds moeilijker om de sluiting van panden op grond van artikel 13b Opiumwet te motiveren. Ook vanwege de koerswijziging van de Afdeling van 26 oktober 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2840), waarover ik eerder blogde.

Wel pleit voor de nieuwe lijn in de rechtspraak, dat dit tegemoet komt aan de veelgehoorde klacht uit het veld, dat door de huidige toepassing van artikel 13b Opiumwet vooral individuele burgers (met kleine hoeveelheden drugs op voorraad) getroffen worden, terwijl grote drugsbazen de dans vooralsnog lijken te ontspringen. Mijn overtuiging is echter dat grote drugsbazen het spel maar al te goed door hebben en door kleine hoeveelheden drugs over meerdere, bij voorkeur zwakkere individuele burgers te spreiden, uiteindelijk hun voordelen behalen. Voor hen is de nieuwe lijn in de rechtspraak “koren op hun molen”.

Meer weten?

Op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit hoort u hoe u ondermijning veroorzaakt door criminele netwerken in uw gemeente voorkomt.

Op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning leert u hoe u voorkomt dat criminele organisaties zich vestigen in uw gemeente.

Op de opleiding bibob coördinator leert u hoe u de wet Bibob toepast in uw gemeente.

Op de cursus Wet- en regelgeving in Openbare Orde en Veiligheid leert u van experts wat de (nieuwe) wetten op openbare orde en veiligheid betekenen voor uw uitvoeringspraktijk.

Op de cursus Bestuursrechtelijk handhaven leert u hoe u misstanden in uw gemeente voorkomt dan wel bestrijd.

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Omgaan met camerabeelden

Wist u dat u camerabeelden niet zomaar langer dan 28 dagen mag bewaren? Dat beelden …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *