Aanbevelingen voor goed schoolleiderschap

Goed onderwijs vraagt om goed leiderschap. In opdracht van de VO-raad is onderzoek uitgevoerd om te komen tot een referentiekader voor ‘goed schoolleiderschap’. Uit dit onderzoek zijn de volgende vijf aanbevelingen gekomen:

  1. Bespreek binnen en buiten de school in hoeverre het schoolleiderschap bijdraagt aan leeropbrengsten en waar zich verbeterkansen bevinden. Werk systematisch aan manieren om deze te benutten.
  2. Ontwikkel effectieve strategieën en instrumenten ter bevordering van het schoolleiderschap, in het bijzonder op het vlak van Lerende organisatie, Strategisch omgaan met omgeving en Professionele ontwikkeling stimuleren.
  3. Beschouw metingen van schoolleiderschap als een hulpmiddel om de ontwikkeling te volgen, maar zorg dat relevante aspecten en condities zoveel mogelijk worden meegenomen. Houd rekening met de schoolcontext en -omgeving.
  4. Maak altijd vooraf duidelijk wat het doel is van een meting. Is het doel vast te stellen of iemand wel of niet geschikt is voor schoolleiderschap? Of is het doel de ontwikkelingruimte van een (potentiële) schoolleider te bepalen? Deze twee doelen mogen nooit met elkaar worden verward en/of vermengd.
  5. Faciliteer de uitwisseling van ervaringen en inzichten die zijn opgedaan bij activiteiten om het schoolleiderschap te professionaliseren zowel lokaal, regionaal als landelijk, maar ook internationaal.

Bekijk hier het volledige onderzoek (68 pagina’s).

Zeven domeinen van schoolleiderschap

Bovenstaande aanbevelingen zijn gebaseerd op de volgende zeven domeinen:

Domein I: Visie & Richting

Visie op leren en doceren ontwikkelen, deze delen en tot uitgangspunt maken voor alle beslissingen. Kenmerken:

  • Werken vanuit een gedeelde visie die mensen inspireert en motiveert.
  • Visie op leren en doceren consequent doorvertalen naar álle aspecten van de organisatie.
  • De organisatie richting geven voor de toekomst.

Domein II: Curriculum & Instructie

Realiseren van optimale condities voor leren en doceren (o.a. fysieke omgeving; leermiddelen; tijdsbesteding). Kenmerken:

  • Onderwijsomstandigheden creëren waarin leerlingen optimaal toekomen aan leren en voldoende worden blootgesteld aan effectieve instructie.
  • Bijdragen aan het bepalen van leerdoelen voor álle leerlingen, en strategieën om die doelen te behalen.
  • Zorg dragen voor een coherent en ‘rijk’ curriculum.

Domein III: Professionele ontwikkeling stimuleren

Professionele ontwikkeling van individuele medewerkers stimuleren. Kenmerken:

  • Professionele dialoog voeren met individuele medewerkers.
  • Individuele medewerkers gericht ruimte en mogelijkheden bieden om te leren en zich verder te ontwikkelen.
  • Cultuur opbouwen waarin mensen kunnen en mogen leren.
  • Dit alles verbonden met visie, en aansluitend op ontwikkeling van de organisatie als geheel.
  • Stimuleren, evalueren en ontwikkelen.

Domein IV: Coherente organisatie

Coherentie realiseren tussen alle beleidsterreinen binnen de organisatie. Kenmerken:

  • Kundig zijn op alle (relevante) beleidsterreinen binnen de organisatie (o.a. onderwijskundig beleid, kwaliteitsbeleid, HRM, financiën, huisvesting etc.) en in staat zijn expertise op waarde te schatten.
  • Coherentie aanbrengen tussen de beleidsterreinen, gericht op het ondersteunen en stimuleren van leren en doceren.
  • De verdeling en besteding van middelen baseren op de visie en doelen van de school.
  • Zorgen dat beheersmatige kant van de school op orde is.

Domein V: Lerende organisatie

Een proces van continue verbetering realiseren. Kenmerken:

  • Leerprocessen op individueel-, groeps- en organisatieniveau op elkaar afstemmen.
  • Op elk niveau doorgaande leercycli faciliteren.

Domein VI: Strategisch omgaan met omgeving

De omgeving van de organisatie in kunnen zetten om de organisatiedoelen te realiseren. Kenmerken:

  • Productieve relaties met andere partijen realiseren en andere partijen weten te mobiliseren (o.a. ouders, scholen, overheden).
  • Inspelen op toekomstige ontwikkelingen.
  • Beleid en regelgeving kunnen benutten om organisatiedoelen te realiseren.
  • De organisatie zonodig af kunnen schermen voor invloeden van buiten; optreden als filter, hitteschild e.d.
  • Naar buiten toe verantwoording afleggen over gevoerd beleid en gerealiseerde uitkomsten.

Domein VII: Persoon van de leider

Beschikken over persoonlijke eigenschappen, kennis en vaardigheden om de rol van schoolleider effectief in te kunnen vullen. Kenmerken:

  • Integer, betrouwbaar en geloofwaardig handelen (rolmodel zijn).
  • Vermogen om wederzijds vertrouwen op te bouwen.
  • Opereren vanuit sterke persoonlijke waarden en als de context daarom vraagt daar flexibel mee om kunnen gaan.
  • Open leerhouding demonstreren.
  • Complexe problemen op kunnen lossen (incl. creativiteit).

Meer weten?

Op basis van de inzichten uit dit onderzoek is de 5-daagse opleiding Schoolleider Voortgezet Onderwijs ontwikkeld. Deze opleiding helpt u o.a. met bovenstaande vijf aanbevelingen.

Deze interactieve en praktische opleiding sluit ook aan bij een of meerdere van de ambities van de Regeling Prestatiebox Voortgezet Onderwijs (regeling 10 februari 2013) en kan met middelen van daaruit vergoed worden!

Over Anemone

Bekijk ook

Ben jij een goede docent?

Wat doet een goede docent anders? Wat vinden leerlingen belangrijk? Met een aantal praktische tips om een betere docent te worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *