Energieplanologie wordt praktijk

De energietransitie is allang niet meer alleen een opgave voor energieprofessionals. De beschikbaarheid van energie bepaalt steeds vaker waar woningen kunnen worden gebouwd, waar bedrijven zich kunnen vestigen en welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Tegelijkertijd wordt de rol van gemeenten bij energie en ruimtelijke ordening concreter. Energie moet daardoor steeds eerder worden meegenomen in ruimtelijke planvorming. Voor professionals in de ruimtelijke ordening betekent dit dat kennis van het energiesysteem steeds belangrijker wordt om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken én toekomstbestendige keuzes te maken.

Energie en ruimte komen samen

De druk op het energiesysteem is groot. Door elektrificatie neemt de vraag naar elektriciteit toe, terwijl netcongestie op veel plekken de beschikbare capaciteit beperkt. Tegelijkertijd vraagt de uitbreiding van het energiesysteem zelf om fysieke ruimte, bijvoorbeeld voor onderstations, transformatorstations, kabels en andere infrastructuur. Nieuwe woningbouw, bedrijventerreinen en andere gebiedsontwikkelingen hebben bovendien invloed op de toekomstige energievraag. Energie is daarmee niet langer een onderwerp dat pas aan het einde van een ruimtelijk proces kan worden bekeken.

Jan Albert Timmerman beschrijft deze ontwikkeling in zijn LinkedIn-post over energieplanologie. Zijn boodschap is helder: energieplanologie is geen theorie meer. De verbinding tussen het energiesysteem en de ruimtelijke bevoegdheden van gemeenten wordt concreter. Gemeenten kunnen niet vrij sturen op de energievoorziening, maar energie krijgt wel een nadrukkelijkere plek binnen ruimtelijke afwegingen.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Een concreet voorbeeld is te zien in Overijssel. Daar moeten gemeenten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening houden met de gevolgen voor het energiesysteem en afwegen hoe negatieve effecten kunnen worden voorkomen. Daarmee komt het energiesysteem nadrukkelijker aan de voorkant van ruimtelijke planvorming te staan. Timmerman wijst erop dat energieplanologie en energiegebiedsplannen daarmee ook mogelijkheden bieden om ruimtelijk bij te dragen aan oplossingen voor netcongestie.

Voor ruimtelijke professionals betekent dit dat zij eerder rekening moeten houden met:

• de energievraag van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
• de beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet
• de fysieke ruimte die energie infrastructuur nodig heeft
• mogelijke alternatieven wanneer netcapaciteit schaars is
• de gevolgen van keuzes op zowel de korte als lange termijn

Dat vraagt om meer dan het signaleren dat er ergens netcongestie is. Energie moet als volwaardig belang worden meegenomen naast bijvoorbeeld woningbouw, economie, mobiliteit en leefbaarheid. Wanneer energie pas laat in een gebiedsontwikkeling wordt betrokken, kan blijken dat plannen niet uitvoerbaar zijn of aanvullende ruimte en infrastructuur nodig hebben.

Begrip van het energiesysteem wordt noodzakelijk

Om energie daadwerkelijk mee te kunnen wegen, is basiskennis van het energiesysteem nodig. Opwek, transport, opslag en verbruik zijn onderling afhankelijk en hebben ieder hun eigen ruimtelijke impact. Elektrificatie vergroot bijvoorbeeld niet alleen de vraag naar elektriciteit, maar kan ook leiden tot extra infrastructuur en ruimteclaims. Netcongestie is daarmee niet uitsluitend een technisch probleem van de netbeheerder, maar heeft directe gevolgen voor ruimtelijke ontwikkeling.

Voor beleidsadviseurs RO, strategisch adviseurs en programmamanagers betekent dit niet dat zij energiespecialist moeten worden. Wel moeten zij de belangrijkste principes van het energiesysteem begrijpen en de ruimtelijke gevolgen ervan kunnen overzien. Die kennis is nodig om informatie en adviezen van energiespecialisten te kunnen duiden en energie vroegtijdig te verbinden aan ruimtelijke besluitvorming. De opleiding richt zich daarom nadrukkelijk op systeeminzicht én de vertaling daarvan naar de ruimtelijke praktijk.

Van systeeminzicht naar ruimtelijke keuzes

De ontwikkeling van energieplanologie laat zien dat energie steeds meer een randvoorwaarde wordt voor ruimtelijke ordening. Ruimtelijke professionals krijgen te maken met schaarste in ruimte, tijd en netcapaciteit, terwijl de keuzes die vandaag worden gemaakt vaak tientallen jaren doorwerken. Een oplossing die een ontwikkeling op korte termijn mogelijk maakt, moet daarom ook worden bekeken in relatie tot het toekomstige energiesysteem en de ontwikkeling van een gebied.

De 3 daagse opleiding Energie in ruimtelijke ordening is vanuit die behoefte ontwikkeld. De opleiding geeft inzicht in de werking en ruimtelijke impact van het energiesysteem en besteedt aandacht aan netcongestie, de samenwerking met netbeheerders, het bestuurlijke en juridische speelveld en het integraal afwegen van oplossingen. Het doel is niet om van ruimtelijke professionals energiespecialisten te maken, maar om hen de kennis te geven waarmee zij energie volwaardig kunnen meenemen in ruimtelijke keuzes.

Over sbo

Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 opleidingen en congressen over o.a. onderwijs, veiligheid, milieu & RO, zorg, bouw & infra en overheid.

Bekijk ook

Woningen in Nederland

Wet Versterking Regie Volkshuisvesting (Wvrv) streeft naar ingangsdatum 1 juli 2026

De ministerraad heeft op voorstel van minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) ingestemd …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *