Hoe GP Zandvoort autovrij werd voor racefans

De tweede Dutch Grand Prix, afgelopen zondag 4 september in Zandvoort, was het eerste autovrije Formule 1-event ter wereld. Dat de 105.000 bezoekers tamelijk veilig en vlekkeloos hun weg van, naar en door Zandvoort wisten te vinden, is te danken aan een ingenieus mobiliteitsplan. “Als je alle beschikbare infrastructuur goed inzet, is automobiliteit helemaal niet nodig.”

Bron: Mobiliteitsplatform.nl – Partner van het Mobility & Stations Event 2022

Mobiliteitsmanager Roy Hirs kijkt tevreden terug op de eerste autovrije Grand Prix voor bezoekers ter wereld. “Afgelopen weekend zag ik op tv dat er ellenlange wachtrijen bij de GP in Monza stonden. Dat kwam je bij ons in Zandvoort niet tegen. In 2030 wil het Formule 1-management dat alle autoraces wereldwijd duurzaam zijn, maar wij willen dat al eerder. We hebben de ambities om racefans veilig te verplaatsen door een leefbare omgeving. Dan moet je het anders doen dan het altijd is gegaan.”

Duurzaamheidsvisie

De kiem voor die visie werd gelegd voorafgaand aan de eerste editie, in 2019 al – een periode waarin milieuorganisaties het evenement probeerden te verbieden vanwege de kwetsbare natuur- en duingebieden in de omgeving. “We formuleerden de ambitie om duurzaamheid centraal te zetten. Dat past bij de setting: we zijn te gast in een omgeving waar mensen leven, wonen en werken”, zegt Hirs. “Dan moet je die omgeving goed verzorgen. Op badplaatsen als Zandvoort en Scheveningen is het normaliter een wedstrijdje wie als eerste op de parkeerplaats is, maar dat dat past niet binnen een leefbare omgeving.”

Bij het maken van het mobiliteitsplan stond het STOMP-principe centraal: stappen, trappen, ov, MaaS, personenauto. “Zandvoort heeft een kopstation en twee sporen. Van daaruit kan je verder vervoeren. Door alle aanwezige infrastructuur goed te gebruiken en daarbij keuzes te maken, want we wilden bijvoorbeeld fietsers en bromfietsers wel van elkaar scheiden, merk je dat er helemaal geen personenauto’s en autoparkeerplaatsen nodig zijn.”

Integrale benadering

De ene modaliteit kan natuurlijk niet zonder de andere, en dus gaat het om een integrale benadering. “Per postcodegebied faciliteerden we ander vervoer. In bijvoorbeeld Vogelenzang of Haarlem konden automobilisten de auto parkeren en verder met de fiets. In Leiden, Alphen aan den Rijn en Amsterdam deden we hetzelfde voor deelscooters. En we hebben 220 touringcars ingezet om in heel Nederland 120 opstapplaatsen te bedienen – onze versie van MaaS. We hadden geen speciale app ontwikkeld, maar iedere bezoeker kon een modaliteit kiezen die bij hem of haar past.”

Tijdens de vorige editie in 2021 verzorgde busvervoerder Transdev de hoogfrequente buslijn 33 van Haarlem naar Zandvoort. Maar die werd onvoldoende gebruikt: vrijwel alle reizigers kozen voor de NS-trein Haarlem – Zandvoort. “Dit jaar trokken we daarom e-bus 356 Haarlem – Amsterdam Bijlmer Arena door en werd de eindhalte verlegd naar het Zandvoort-circuit”, aldus Hirs. “Die bus reed vier uur lang twaalf keer per uur via belangrijke haltes als Aalsmeer, Amstelveen en Schiphol-Noord, waardoor we 6000 reizigers per dag konden vervoeren. Dat succes is zeker voor herhaling vatbaar.”

Tot opluchting van Hirs reden ook twaalf treinen per uur tussen Haarlem en Zandvoort. “Natuurlijk waren er vooraf wat zorgen”, doelt hij op de aangekondigde stakingen door de drie spoorvakbonden. “Maar gelukkig gaven zij al snel aan dat er in het weekend niets zou gebeuren. NS is een belangrijke partner voor ons: elke vijf minuten reed er een trein en zo we konden 10.000 reizigers per uur vervoeren.”

‘Als je alle beschikbare infrastructuur goed inzet, is automobiliteit helemaal niet nodig’

Ruimte voor fietsen en lopen

Een groot verschil ten opzichte van vorig jaar was de inrichting van looproutes. “Het is belangrijk om te luisteren naar de omgevingsgeluiden. Lokale ondernemers hadden de wens dat voetgangers over de boulevard liepen. Daarom hebben we een loopbrug door het dorp gelegd, waarmee we de koppeling met het side-event Zandvoort Beyond legden én meer belevingswaarde creëerden. De reiziger liep langs zee, strand en horeca en dat verhoogt de customer journey.”

Door de loopstroom los te koppelen van andere modaliteiten, ontstond bovendien ook meer ruimte voor fietspaden. “Op de boulevard hadden we 220 autoparkeerplaatsen ingeruild voor zo’n 3500 fietsparkeerplaatsen en duizend bromfietsparkeerplaatsen. En doordat we het fietsverkeer en bromfietsverkeer van elkaar en van de looproute hadden losgekoppeld, kon iedereen zich ook veilig verplaatsen.”

Ruimte voor verbeterpunten

Ondanks dat de meeste reacties positief waren – Hirs zag dat in tv-programma’s Ziggo Sport Race Café en Jinek de loftrompet gestoken werd over het mobiliteitsplan –, blijft er voor een volgende editie ruimte voor verbetering. Welke punten dat zijn? “De evaluatie moet nog komen, maar we zagen nu al dat de bewegwijzering voor fietsroutes beter kan”, is Hirs duidelijk.

Een ander punt dat dat aandacht vraagt, is het taxiverkeer. “Bewoners hadden nog last van taxi’s, die van heinde en ver kwamen en stonden te wachten in woonwijken. Natuurlijk hebben taxi’s vergunningen nodig, maar doorlaatbewijzen kunnen ook online verkocht worden. We moeten nog uitzoeken hoe dat kon, want we zijn nog een lerende organisatie. Maar dit was onze tweede editie en de eerste keer op volle capaciteit – vanwege de coronabeperkingen was de vorige editie minder druk bezocht. We zijn van 70.000 naar 105.000 bezoekers gegroeid en dat zonder grote incidenten.”

Mobility & Stations Event 2022

Roy Hirs is één van de sprekers tijdens het Mobility & Stations Event 2022, dat op 29 september in Zwolle plaatsvindt. Geïnteresseerden kunnen zich hier aanmelden voor dit evenement.
 

Over sbo

Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 opleidingen en congressen over o.a. onderwijs, veiligheid, milieu & RO, zorg, bouw & infra en overheid.

Bekijk ook

De toekomst laat zich testen

Rinske Brand – Founder BRAND The Urban Agency Als kind zijn we niet anders gewend: …

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.