Home » Onderwijs » Middelbaar Onderwijs » Gepersonaliseerd onderwijs bij Scalda: 7 Bouwstenen voor de Praktijkroute

Gepersonaliseerd onderwijs bij Scalda: 7 Bouwstenen voor de Praktijkroute

Michel Schrier (rechts) en Michel Kloeg (links), eigenaar Beachhotel Zoutelande: Eén van de bedrijven uit de Praktijkroute. Fotograaf: Gianni Tahitu.

Onderwijsinnovatie: veel scholen zijn ermee bezig. Dit geldt ook voor Scalda. Op deze Zeeuwse MBO-school sluiten steeds meer opleidingen zich aan bij de onderwijsinnovatie die zij de Praktijkroute noemen. De Praktijkroute is gepersonaliseerd onderwijs dat sterk gericht is op de praktijk. Studenten creëren hun eigen opleidingsprogramma op basis van de leervragen die zij hebben. Die vragen ontstaan in de praktijk: de plek waar vanaf dag 1 hun opleiding plaatsvindt.

Educator sprak Michel Schrier, teamleider van de Horeca en een aantal Praktijkroute opleidingen, uitgebreid over de Praktijkroute. Hij vertelde ons wat die inhoudt, hoe het ervaren wordt door studenten, docenten en bedrijven, en hoe Educator de Praktijkroute ondersteunt. De bouwstenen van de Praktijkroute? Die zetten we hier voor u op een rij.

  1. De praktijkomgeving als basis
    In de Praktijkroute leren studenten van de praktijk en geven zij zelf invulling aan hun opleidingsprogramma. Hoe dat werkt? Michel legt uit: “De student wordt vanaf dag één geplaatst in een bedrijf. Dat betekent dat hij niet eerst naar school komt voor een bepaalde periode, maar dat hij gelijk aan de slag gaat. De eerste aanzet is om te leren wat de student in dat bedrijf allemaal tegenkomt.” Een student die de opleiding Zelfstandig Werkend Kok volgt, gaat dus eerst in de keuken ervaren wat hij allemaal moet leren om uiteindelijk zelf het vak te kunnen uitoefenen. Vervolgens gaat de student samen met een praktijkopleider van het bedrijf en een coach van Scalda om de tafel. Samen bespreken ze dan hoe de student het vak wil gaan leren.
  2. Het driehoeksgesprek
    Dat gesprek is één van de eerste driehoeksgesprekken. Elke week heeft de student een gesprek van een uur met zijn praktijkopleider en met zijn coach. Michel: “In de driehoeksgesprekken gaan we wekelijks een planning maken. We gaan kijken wat er goed ging en waar de leerpunten zitten. Welke afspraken horen daarbij? Wat vragen wij van de student, wat verwachten wij dat hij aan ons gaat laten zien? […] Op die manier wordt het opleidingstraject steeds verder vormgegeven voor en door de student.” Tijdens de gesprekken wordt gekeken hoe het geleerde zich verhoudt tot het kwalificatiedossier van de student. Er wordt gekeken hoe de student zijn traject verder vorm kan geven om uiteindelijk het hele kwalificatiedossier onder de knie te krijgen. Dat is namelijk noodzakelijk om een diploma te kunnen halen.
  3. De beoordeling
    Eén keer in de 10 weken wordt de student door de praktijkopleider en coach tijdens een gesprek beoordeeld. De input voor dat gesprek is de ingevulde Leermeter. De student krijgt dan een beeld van hoe hij zichzelf in het bedrijf ziet ten opzichte van hoe de praktijkopleider hem ziet. “Dat kan in sommige gevallen duidelijk met elkaar overeenkomen, maar dat kan op sommige punten ook heel erg van elkaar afwijken,” zegt Michel. “Dan heb je natuurlijk weer heel veel mooie input voor het driehoeksgesprek.”
  4. Het opleidingsprogramma vormgeven
    Het vormgeven van ieder individueel programma gebeurt op basis van de leerbehoefte van de student. Doorgaand op het voorbeeld van de student Zelfstandig Werkend Kok vertelt Michel: “Een student van 20-22 jaar met 5 jaar keukenervaring heeft een heel ander onderwijsprogramma dan een 16-jarige VMBO-leerling die vanuit het voortgezet onderwijs bij ons binnenstroomt.” De oudere student heeft waarschijnlijk veel eerder verworven competenties. Hij heeft daardoor een aantal zaken uit het kwalificatiedossier sneller onder de knie dan een jongere student. Zowel daardoor als door de verschillende leerbedrijven ontstaat er diversiteit in de opleidingsprogramma’s.Een aantal vaste elementen in de programma’s zijn:

    • Het wekelijkse aantal uren in het bedrijf;
    • Het wekelijkse aantal uren vakspecifieke lessen (werkplaatsen);
    • Het volgen van generieke werkplaatsen als Engels, Nederlands, rekenvaardigheid en burgerschap;
    • Het volgen van wekelijkse groepscoaching.
  5. De leerbedrijven
    Tijdens hun opleiding leren studenten in meerdere bedrijven. Een student met een niveau 3 opleiding leert in zijn opleidingstraject bij 3 tot 4 verschillende bedrijven. Daardoor zijn er veel leerbedrijven nodig voor alle studenten in de Praktijkroute. Hoe wordt dat geregeld? En wie selecteert al die bedrijven? “Dat doen wij”, zegt Michel. Bedrijven worden geselecteerd op basis van ervaringen met bijvoorbeeld eerdere stagiairs vanuit Scalda of via mensen die bekend zijn bij Scalda die zelf graag willen aansluiten. “We vertellen wat het gedachtegoed is achter de Praktijkroute, wat we van het bedrijf verwachten, wat ze van ons mogen verwachten, wat ze van de student mogen verwachten.” Daarna volgt er een samenwerkingsovereenkomst tussen Scalda en het bedrijf. Bovendien traint Scalda de praktijkopleiders naast de verplichte accreditatie bij SBB.
  6. De Leermeter van Educator
    Scalda ondersteunt de Praktijkroute met Educator: een systeem dat een totaalbeeld geeft van de situatie van iedere individuele student. Studenten in de Praktijkroute gebruiken de Leermeter, de gespreksnotities en de agenda van Educator. De Leermeter omvat de kerntaken en werkprocessen uit het kwalificatiedossier. Deze worden in Educator geautomatiseerd ingelezen via SBB. Voortgang van de student wordt vastgelegd in een 5-traps-schaal van Basis naar Beroepsbekwaam. In een overzicht zien studenten de competenties die zij in hun leerbedrijf hebben verworven en hoe die zich verhouden tot het kwalificatiedossier.De gespreksnotities gebruiken studenten voor de verslaglegging van gesprekken en het vastleggen van afspraken.

    De agenda gebruiken studenten om hun week mee in te plannen. Iedere student plant gesprekken in, wanneer hij op het bedrijf aanwezig is, en welke werkplaatsen hij doet

  7. Het portfolio opbouwen
    Voordat studenten vorderen op de Leermeter, moeten ze eerst aan kunnen tonen dat dat terecht is. De student kiest zelf in welke vorm hij dat doet. Dat kan met een toets, maar dat hoeft niet. Studenten kunnen ook filmpjes, gespreksverslagen of andere documenten die ze gebruiken in het bedrijf uploaden. “Alles waarmee studenten kunnen aantonen dat zij competenties uit een kerntaak beheersen, mogen studenten meebrengen”, zegt Michel. Zo bouwt de student zijn eigen portfolio op.

Met deze 7 bouwstenen hopen we een duidelijk beeld geschetst te hebben van de Praktijkroute bij Scalda. Nieuwsgierig naar meer? Tijdens het Congres Gepersonaliseerd Leren 2020 vertelt Roel Nicolai (Consultant bij Educator) aan de hand van praktijkvoorbeelden uitgebreid over onderwijsinnovatie. Innovaties als praktijkgericht, formatief en gepersonaliseerd leren komen allemaal voorbij. Ook laat Roel zien hoe Educator deze nieuwe vormen van onderwijs ondersteunt. We hopen u te zien op 21 januari!

Bron voor dit artikel: Interview met Michel Schrier uit download ‘Inspiratie en Innovatie in het MBO’.

Over sbo

sbo
Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 studiedagen en opleidingen over o.a. ruimtelijke ordening & milieu, bestuur, verkeer & vervoer, sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.

Bekijk ook

Bestuurders in het onderwijs: de inspectie spreekt!

Aan het einde van elk jaar publiceert de Inspectie van het Onderwijs het rapport de …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *