Home » Onderwijs » Hoogbegaafde leerlingen halen toch altijd hoge scores?

Hoogbegaafde leerlingen halen toch altijd hoge scores?

Hoogbegaafde kinderen hebben uitdaging nodig, dat is wel bekend. Wat we soms vergeten is slechts een nuance. Alle kinderen hebben uitdaging nodig. Een mens leert pas iets nieuws in de zone van de naaste ontwikkeling. Niet te makkelijk, ook niet té moeilijk. Met inspanning bereikbaar: de juiste uitdaging. Die zone ligt bij hoogbegaafde kinderen verder dan bij de gemiddelde leerling, wat maakt dat de gemiddelde leerstof onvoldoende tot leren leidt. Hoogbegaafden hebben dus ook en bovendien andere uitdaging nodig.   

Jorn uit groep vijf valt op door zijn drukte en beweeglijkheid. Hij heeft het hoogste woord, weet het altijd beter (en dat klopt ook), verdraagt geen onrechtvaardigheid en is soms heel dwars en snel boos. Zijn werkhouding wisselt van zeer toegewijd naar rebels. Zijn resultaten van briljant naar dik onvoldoende.

Marit uit groep drie is leergierig en ijverig. Altijd aardig voor anderen en zelf soms zo onzeker. De eerste helft van het schooljaar maakt ze haar toetsen praktisch foutloos. Daarna krijgt ze steeds vaker haar werk niet af. Het ziet er slordig uit en zit vol kleine, vreemde foutjes. Ze zit ook zo vaak uit het raam te staren….

Het ‘hb-woord’..

En dan valt het woord hoogbegaafd. Door de ouders, iemand op school, een coach, een ergotherapeut of desnoods de zwemleraar. Terwijl dat nu niet was waar je als leerkracht als eerste aan dacht. Hoogbegaafden zijn toch zo superslim? Die zijn toch overal goed in en hebben hun werk in een mum van tijd af? Die halen toch altijd hoge scores?

Zeker, die zijn er ook. Intelligente kinderen die zonder problemen door de basisschool komen, een goede werkhouding hebben, snel werken en hoog scoren en ook nog eens sociaal handig en aardig en (soms te) aangepast zijn. Kinderen van wie je er wel 30 in de klas wilt. Hun problemen beginnen soms pas op het VO of nog later, in de studie, op het moment dat ze ontdekken dat ze de vaardigheden missen om iets te leren wat niet vanzelf gaat.

Evenzoveel of zelfs meer hoogbegaafde kinderen zijn er die opvallen door ander, soms storend gedrag, door leer- en werkhoudingsproblemen of door een zeer wisselend beeld in resultaten. Hun slimheid wordt vaak wel gezien, maar nee, uitzonderlijk intelligent lijkt dit kind toch niet te zijn.

Hier kunnen vele factoren door elkaar gaan spelen. Enerzijds hebben de kinderen die op deze manier opvallen op bepaalde punten een gebruiksaanwijzing. Jorn is beweeglijk en impulsief en heeft moeite om zijn emoties te reguleren. Hij zal wat hulp kunnen gebruiken om te leren dealen met het onrecht in de wereld. Hij stort zich vol overgave in zijn geliefde vakken, maar wordt weigerachtig bij ‘stom’ werk. Hoe kunnen wij hem helpen om te leren om ook vervelende klussen te doen?

Marit past zich erg aan en doet wat van haar verlangd wordt. Dus ook als ze rijen sommen moet maken die ze al lang kan. Maar dan verslapt haar concentratie en maakt ze fouten en dat maakt haar onzeker. Je zou haar gunnen dat ze wat zelfverzekerder is en durft te laten horen wat ze al kan en wat haar dwars zit. Een leerkracht die haar echt goed ziet kan haar daar heel goed bij helpen. 

Anderzijds ontstaan er juist problemen doordat het niveau en het tempo van het lesaanbod niet aansluit bij het hoogbegaafde kind. Te makkelijk werk kan leiden tot onderpresteren en motivatieverlies. De leerling gooit er met de pet naar of doet ogenschijnlijk nog wel zijn best, maar presteert ver onder zijn niveau of zelfs onder het niveau van de jaargroep. Of het kind maakt zijn werk netjes, maar ontwikkelt geen vaardigheden omdat alles zo makkelijk is. Doorzetten, concentreren, plannen, leerstrategieën ontwikkelen, het is allemaal niet nodig als alles vanzelf gaat.

En met een lesaanbod dat niet aansluit, voelt een leerling zich niet gezien, niet competent, niet serieus genomen, dus ook niet verantwoordelijk.

Dat alles kan een keur aan niet handig of ongewenst gedrag veroorzaken, waar zowel de leerkracht, de groep als het kind zelf veel last van kunnen hebben. Clownesk, druk, dwars, weigerachtig, vermijdend, teruggetrokken, boos, verdrietig, onzeker….

Wil je meer weten over het signaleren van hoogbegaafde leerlingen en ze nog beter kunnen begeleiden in de klas? Volg dan de vierdaagse basiscursus Talentbegeleider.

Geschreven door Novilo.

Over sbo

sbo
Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 studiedagen en opleidingen over o.a. ruimtelijke ordening & milieu, bestuur, verkeer & vervoer, sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.

Bekijk ook

Plusklasje: oplossing voor Passend Onderwijs aan de (hoog)begaafde leerling?

Op elke basisschool is ongeveer 10 procent van de leerlingen meer-begaafd, waarvan 25 procent hoogbegaafd. …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *