Home » Onderwijs » Podcast Gamification: stimuleer het juiste leergedrag!

Podcast Gamification: stimuleer het juiste leergedrag!

In gesprek met Evert Hoogendoorn
Evert Hoogendoorn is docent en programmaleider Ludodidaktiek bij HKU.

Evert heeft ruim twintig jaar ervaring in het onderwijs. Zowel als ontwikkelaar als docent en in het PO, VO, HBO en WO en buitenschools; met leerlingen in achterstandswijken rond Amsterdam, verstandelijk gehandicapten, kunstenaars, ambtenaren, nerds en met docenten.

Beluister de Podcast

Introductie

Ik ben werkzaam bij een game studio die zich voornamelijk bezig houdt met games waar mensen iets van leren. Deze games worden toegepast in het onderwijs, musea maar ook in grote bedrijven. Daarnaast ben ik bezig met hoe je niet zozeer het onderwijs gamificeert maar hoe je principes uit de game industrie of principes uit games gebuikt om onderwijs opnieuw te ontwerpen. Als je kijkt vanuit het perspectief van de game designer en je kijkt naar het onderwijs dan zie je dat er veel kapotte of gebroken ontwerpen voorkomen. Een simpel voorbeeld is alleen al het ontwerp van een klas, als ik kijk naar de docent die voor de klas staat en de leerlingen die in de klas zitten dan zie je dat dat zo ingericht is dat de docent heel hard gaat werken om te zorgen dat die leerlingen wat leren en dat die leerlingen daar consumerend tegenover zitten. Het is dus de verantwoordelijkheid van de docent dat er wat geleerd wordt, terwijl als je objectief kijkt naar het onderwijs wat je zou willen, dan zou de leerling de verantwoordelijkheid moeten nemen. Als gamedesigner kijken we daar naar. Je kijkt niet zozeer naar de content van wat er geleerd moet worden, maar vooral naar welk gedrag heb ik nodig om te leren?

Er zijn een hoop mythes over games, games zijn voor jongens, games zijn gewelddadig en games zijn verslavend, dat is een beetje het beeld wat je krijgt als je krant leest en eruit filtert wat je over games leest. Echter, als je daar de cijfers kijkt gamen mannen (51%) maar net iets meer dan vrouwen (49%). Mensen tussen de 65 – 80 is de snelste groeiende doelgroep en de gemiddelde gamer is tegen de 40. Het is niet meer het spelletje voor de puberjongen. Het is zo sociaal en leerzaam als je het op de juiste manier inzet.

Waarom is er nog steeds het beeld dat alleen jongeren gamen?

Dit is een beeld passend in de jaren ’80, de mensen die nu onze kranten vullen zijn toen opgegroeid. Je ziet dat dit oude beeld bevestigd wordt terwijl de cijfers een ander beeld geven. Dit is een deel van de weerstand die je tegen komt als je iets met games wil doen. Wij focussen veel minder op the game als hetgeen wat je bij de Bart Smit koopt. Wij kijken naar het ontwerpen van games, het ontwerpen van gedrag. Dit doe je als docent continue. Ik zit al 22 jaar in het onderwijs maar ik kom vanuit die game hoek binnenvliegen, dan kan je dingen vanuit een ander perspectief doen. We hebben de afgelopen jaren veel mensen opgeleid, ook vanuit initiatief zoals de Nederlandse School, waar we kijken of je als ontwerper de klas in kan en als docent opnieuw eigenaar kan worden van je onderwijs.

Welk gedrag gaan de docenten zien veranderen bij leerlingen door de inzet van games?

Als je als docent een goede les hebt ontworpen komt de verantwoordelijkheid voor het leren en de kwaliteit weer bij de leerling te liggen. Als docent zit je in de vensterbank en observeer je de leerlingen. Dat kan soms voelen als aan de zijlijn staan, maar als je het goed doet biedt het de ruimte om juist weer de docent te worden en te kijken wie jou nodig heeft. Je krijgt een nieuwe rol als docent. Een extreem voorbeeld is iemand die lang bij mij in een traject is geweest en die naar me toe kwam en zei, Evert, allemaal leuk, maar ik verveel me. Ik zet mijn spullen klaar, ze leren precies wat ze willen leren, ze hebben tijd om daar voorbij te gaan en te excelleren, maar ik stoor.

Kan die docent dan niet zijn tijd stoppen in nieuwe lessen ontwerpen?

Dat kan, wat ik hem heb aangeraden is opnieuw naar het ontwerp kijken. Hij had zichzelf er uit ontworpen, dit is in de eerste instantie een goede, maar als je dat te goed doet ga je veel te veel koffie drinken. Wat is jou rol als docent? Wat wil ik zijn? De ene docent is een super goede verhalen verteller, de andere docent is een goede coach, zorg dat jou positieve kanten als docent goed terecht komen. Pak jou eigen rol in het ontwerp. Hoe richt ik de klas in? Heb ik de klas überhaupt wel nodig?

Hoe krijg je de docenten enthousiast om games in te zetten?

Op dit moment heb ik de luxe positie dat tegen de tijd dat ik de docenten zie, ze al gekozen hebben. Wat ik merk dat de mensen die wij terug de scholen in sturen super enthousiast zijn en hebben het vervolgens wel moeilijk om het verkocht te krijgen. Jij kan dat, maar dat geld niet voor iedereen. Mijn ervaring is dat dat niet zo is, wat men nodig heeft is een succeservaring, het mee maken.

Is het arbeidsintensief?

Super intensief, maar je verlegt je energie. Je gaat eerst ontwerpen, dat is heel erg arbeidsintensief! Maar die tijd en energie krijg je terug op het moment dat je er mee gaat werken. Je bent niet meer uitgeput na een dag les geven. In de zomervakantie heb je wel hard gewerkt om dat voor elkaar te krijgen. Een goed ontwerp is herhaalbaar, als je het een keer goed hebt gemaakt kan je het vaker inzetten. Mensen lenen dingen van elkaar, als ik een goed ontwerp maak, kan jij het van me lenen. Steeds meer formats ontwikkelen die makkelijker naar je hand te zetten.

Wat is het grootste verschil tussen traditionele lessen en games?

Vanuit het ontwerp wat we voor elkaar krijgen is het juiste leergedrag bij de leerlingen, maar de content waar de leerlingen op afgerekend worden die moet er nog ingestopt worden. Dat moet je goed bij elkaar zien te krijgen. Je moet nog steeds weten wat je doet, het is je vak. Als je dat weet dan kan je ook heel goed met een ontwerp van een ander werken. Wat ik vaak zie gebeuren in methodes is dat het vakmanschap van de docent er uit wordt gehaald. Je kan afvinken dat de content wordt aangeboden. Nederlandse methodes zijn super goed maar zijn daarin doorgeschoten, de docent is eigenlijk uit zijn vakmanschap gehaald en is uitvoerder van een methode geworden. Juist de beste docenten voelen zich niet meer lekker, als je daar uit probeert te komen, zijn er weinig tools.

Zijn er basisscholen/ VO scholen die helemaal werken volgens deze principes?

Nee, en ik geloof ook niet dat dat het doel is, dat je helemaal volgens deze principes gaat werken. Het is een tool. Ik geloof dus ook niet dat technologie of games, zaligmakend zijn of De manier zijn. Ik geloof dat je als docent je kiest op welke tool je inzet voor de groep die je op dat moment voor je hebt. Ik geloof wel dat het een belangrijke aanvulling is omdat er veel dingen in het huidige systeem moeilijk zijn om te leren, die met zo een nieuw ontwerp/instrument veel makkelijker zijn.

Blijft die motivatie ook?

Nieuwigheid is een factor, daar maken we dankbaar gebruik van. Maar de motivatie blijft, uiteindelijk is een van de dingen die je ontwerpt motivatie. Dopamine kranen in je hoofd die open moeten, dat veranderd niet. Anders zou iedereen ook stoppen met voetbal als ze dat een keer een paar weken hebben gedaan.

Wat zijn de leukste reacties van leerlingen die je zelf hebt terug gekregen?

Kort geleden was ik in India, daar heb ik dat ook gedaan. Eentje was, dat we het zelf mochten doen. Dat je niet kwam controleren of we het goed gedaan hadden. Dat vertrouwen, dat heb ik nog nooit gevoeld, ik voelde dat ik daar sterker van werd. Iets anders wat ik daar terug kreeg die waren uitgenodigd om te komen kijken, daar heb ik wel tien keer gehoord; “Waarom heb ik dit nooit zo gekregen? Dan had ik het gesnapt.”

 

Congres Gepersonaliseerd Leren

Gepersonaliseerd Leren is een term die veel wordt gebruikt in het onderwijs; een ideaalbeeld waar aan een onderwijsinstelling aan moet werken om interessant te blijven voor de huidige student. Denk hierbij aan:

  • Is het onderwijs flexibel genoeg?
  • Hoe kunnen we technologie inzetten t.b.v. gepersonaliseerd leren
  • Hoe sluiten we aan bij de talenten van onze leerlingen en studenten?
  • Hoe realiseren we deze grootschalige verandering in het onderwijs?

Op al deze vragen krijgt u tijdens het congres antwoord.

Over sbo

sbo

Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 studiedagen en opleidingen over o.a. ruimtelijke ordening & milieu, bestuur, verkeer & vervoer, sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.

Bekijk ook

Maatwerk voor de massa – Fontys-voorzitter Nienke Meijer over het belang van flexibilisering

Tekst: Judie Jaspers Beeld: Wim Kluvers “Als je talentgericht wil opleiden, kijk je steeds meer naar …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *