Prikkels, hoe zit dat?

Een op de drie tot vier kinderen in het basisonderwijs heeft een niet optimale verwerking van zintuigelijke prikkels. Er worden regelmatig hulpmiddelen in de klas ingezet, maar deze werken niet altijd, omdat ze niet op de juiste manier worden ingezet. Deze bevindingen zijn te lezen in de WOBBLE Studie. De belangrijkste bevindingen zijn:

  • 29 tot 36 procent van de kinderen op de basisschool heeft een niet optimale prikkelverwerking.
  • Kinderen met prikkelverwerkingsproblemen laten minder goede resultaten zien op een aandachts- en rekentest dan kinderen met een optimale sensorische prikkelverwerking.
  • Het inzetten van hulpmiddelen, zoals wiebelkussen, tangle of geluiddempende koptelefoon kan zonder rekening te houden met de sensorische prikkelverwerking leiden tot slechtere prestaties. Bij kinderen die genoeg informatie meekrijgen uit de omgeving, kan een hulpmiddel ervoor zorgen dat juist de sensorische prikkels worden weggenomen en daardoor leiden tot lagere prestaties.

ASI INTERVENTIE

Sensorische integratie is een van de meest gebruikte interventies bij autisme. Uit enkele Amerikaanse onderzoeken is gebleken dat de ASI interventie effectief is (School RC, Dumont RL, Arbesman M. May-Benson TA. 2018). ASI staat voor Ayres Sensory Integration. In 2020 is na diverse onderzoeken de ASI Interventie vastgelegd als wetenschappelijk bewezen effectieve behandeling voor kinderen met autisme. Deze therapie is alleen wetenschappelijk bewezen effectief wanneer deze gegeven wordt volgens de ASI principes. ASI is een behandelingsmethode die gebaseerd is op de ideeën van Ayres. Er wordt uitgegaan van de mogelijkheid van onze hersenen om op basis van ervaring te leren, ook wel neuroplasticiteit genoemd.

AFGESTEMDE SENSOMOTORISCHE ACTIVITEITEN

Bij de ASI aanpak kunnen hersenveranderingen alleen worden bereikt door het aanbieden van op het individu afgestemde sensomotorische activiteiten in de vorm van spel. Het is essentieel dat de activiteiten passen binnen de beleving van het kind en dat het juiste niveau van uitdaging bevat. De therapie biedt ondersteuning voor kinderen en volwassenen die moeite hebben met het verwerken en integreren van sensorische informatie en hierbij hinder ondervinden in het dagelijkse functioneren. Deze aanpak wordt niet door elke kinderoefentherapeut aangeboden en vraagt een specifieke scholing.

PRIKKELPROFIEL

Uit bovenstaande blijkt dat het van belang is een goed beeld te hebben van de prikkelverwerking van kinderen. Ervaringsdeskundige en eigenaar van Autisme Positief, Nynke Zuurmond kan dit beamen. Zij kreeg op 34-jarige leeftijd de diagnose ADHD en ASS en heeft door prikkelverwerkingsproblemen een lange zoektocht afgelegd in de hulpverlening. De ingezette hulp werkte voor haar vaak niet, omdat de hulp gericht was op de uitingsvormen van het langdurig overprikkeld zijn, zoals depressie, angsten, paniek en wanen. Pas na haar diagnose kreeg ze de juiste hulp en inzicht in haar overprikkeling. Nynke ontwikkelde het Prikkelprofiel, om kinderen inzage te geven in hun eigen prikkelverwerking.

HELPEND KAARTSPEL

Vaak als je met kinderen hierover in gesprek gaat krijg je het antwoord: ‘Ik weet het niet’, omdat ze de antwoorden niet kunnen geven. Aan de hand van eigen situaties ontstaat er een signaleringsplan voor begeleiders, leerkrachten en rt’ers. Kinderen kunnen met behulp van het bijbehorende kaartspel stapels maken tussen gedachten, gevoelens en gedragingen die ze wel en niet herkennen. Daarnaast kunnen ze aangeven wat helpend is voor zichzelf en wat hun omgeving voor ze kan doen als ze overprikkeld raken. Kinderen hoeven hierdoor niet zelf naar woorden te zoeken, maar worden hierbij door het kaartspel geholpen. Het plan werkt met een kleurenindeling van groen-oranje-rood. Nynke vertelt dat wanneer zij in fase rood zit, haar kenmerken van ASS en ADHD het meest aanwezig zijn. Het lukt haar dan niet om flexibel te zijn, zich in te leven in een ander of zich aan te passen. Doordat ze tegenwoordig een goed inzicht heeft in haar eigen prikkelverwerking, kan ze dit vaak voorkomen en vanuit de oranje fase weer in de groene fase terecht komen.

AANPASSEN EN CAMOUFLEREN

In de rode fase komen er ook vaak sombere gedachten, faalangsten en negatieve gevoelens naar boven. Nynke heeft vanuit haar begeleiding gemerkt dat dit vaak voorkomt bij tienermeisjes. Dat maakt het dagelijkse functioneren gecompliceerd voor deze doelgroep. Ook Nynke heeft zich zo gevoeld toen ze tiener was en kan zich hierdoor goed identificeren met deze doelgroep. Autisme wordt bij meisjes vaak op latere leeftijd pas vastgesteld. Nynke legt uit dat meisjes zich terugtrekken en internaliserend gedrag laten zien in de thuissituatie. Er wordt vervolgens niet aan ASI gedacht, maar er wordt hulp ingezet op de uitingsvormen, zoals het aanbieden van sociale vaardigheidstraining of faalangsttraining. Meisjes hebben van nature vaker geleerd om zich aan te passen en zich te camoufleren.

PRIKKELFILTER

Volgens Nynke verloop de zintuigelijke verwerking voor iedereen anders. Hoe meer inzicht je hebt in je eigen prikkelverwerking, hoe fijner je de dag ervaart. Hierbij is je prikkelfilter, door Nynke ‘slagboom’ genoemd, bepalend. Je hoeft door je filter niet alle zintuigelijke prikkels bewust mee te maken. Als een prikkel noodzakelijk is dan gaat je slagboom open en gaat de prikkel het brein in en wordt verwerkt. Is de prikkel echter niet noodzakelijk, dan blijft de slagboom dicht en dan filtert hij de prikkel weg en zorgt dat de prikkel het brein niet ingaat. Nynke heeft onderzocht waar in haar geval de slagboom teveel open gaat en wanneer hij te vaak dicht zit, dus waar haar over- en onder gevoeligheid speelt.

ZINTUIGEN

De vijf meeste bekende zintuigen zijn: horen, zien, ruiken, voelen en proeven. In het prikkelprofiel worden per zintuig vragen gesteld die individueel of klassikaal ingevuld kunnen worden. Vervolgens kun je met elkaar de resultaten bespreken en vergelijken en kun je als begeleider samen met het kind een strategie per zintuig gaan bepalen. Een kind kan bijvoorbeeld gevoelig zijn voor de wiebelende oorbellen van de leerkracht. Hierdoor kijkt hij of zij steeds weg en wil de leerkracht niet aankijken. Een kind heeft hierdoor een strategie ontwikkeld, maar die kan soms een averechts effect hebben. Door met elkaar in gesprek te gaan en meer begrip te hebben voor de prikkelverwerking van het kind, kun je zoveel beter tegemoet komen aan de onderwijsbehoeften van het kind.

VOORBEREIDEN OP EEN PRIKKEL

Wanneer de prikkelverwerking op het zintuig ‘zien’ niet optimaal verloopt kan een leerling van slag raken, door bijvoorbeeld een verandering van de indeling van de klas, nieuwe posters aan de muur of een nieuw kapsel van de leerkracht. Als je een kind hierop kunt voorbereiden, is er nog altijd een kleine schrikreactie, maar deze kan dan vaak goed verwerkt worden door het brein. Bij het zintuig ‘horen’ heeft Nynke geleerd dat zij specifieke oordoppen nodig heeft bij een bezoek aan een pretpark. Deze oordoppen filteren hoge en lage tonen uit de omgeving, maar het lukt wel om een gesprek met elkaar te voeren. Door dit soort interventies in te zetten, is een bezoek aan een pretpark wel mogelijk en plezierig voor iedereen. Bij het zintuig ‘ruiken’ zijn er kinderen die overgevoelig zijn voor geuren. Dit kan bijvoorbeeld een sterk parfum van de leerkracht zijn. Hierdoor kan een kind zo van slag raken en overprikkeld raken dat dagelijks functioneren gecompliceerd wordt. Als een kind dit vervolgens kan aangeven in zijn prikkelprofiel is het fijn als de leerkracht hiermee rekening houdt.

TIPS VOOR IN DE RT-PRAKTIJK

Het is belangrijk om met kinderen in gesprek te gaan over hun prikkelverwerking wanneer je het vermoeden hebt dat de prikkelverwerking niet optimaal verloopt. Hoe gevoelig is je leerling voor geluid? Hoe gevoelig is je leerling voor geur? Vraag bijvoorbeeld aan een leerling: ‘hoe hard hoor je dit geluid op de schaal van 1 tot 10?’. Door het stellen van deze vragen krijg je een beeld van de mate hoe een kind in de rt-praktijk of in de klas prikkels ervaart.

POST-ITS PLAKKEN

Een andere tip van Nynke is bedoeld voor de rt-praktijk of klaslokaal. Als je in 10 minuten wilt weten welke prikkels je leerling of gehele groep ervaart, laat ze dan post-its plakken. Groen voor prikkels die leerlingen fijn vinden, oranje is voor prikkels die ze wel merken maar nog niet storend zijn en rood is voor prikkels waar ze overprikkeld van raken. Je weet vervolgens in een korte tijd waar in je groep de overprikkeling zit. Dit kan soms in kleine dingen zitten, zoals een klok die tikt, een bepaalde lichtinval of een geurende plant. Als je hierdoor vervolgens een aanpassing maakt in je praktijk of de klas, heeft de leerling ruimte om zich te richten op het onderwijs en de lessen waar het om draait. En dit gun je toch elke leerling!

Over sbo

Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 opleidingen en congressen over o.a. onderwijs, veiligheid, milieu & RO, zorg, bouw & infra en overheid.

Bekijk ook

De drie pijlers van studentenwelzijn

“We zien de laatste 15 jaar dat het met veel studenten niet zo goed gaat …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *