Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » Asielhonden en gedetineerden, een goede match

Asielhonden en gedetineerden, een goede match

Door Marlies de Bats en Betty Buijtels, initiatiefnemers van Dutch Cell Dogs, een stichting die gespecialiseerd is in het begeleiden van gedetineerden in het trainen van asielhonden en beide docent op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden.

Veel mensen kennen het van de televisie. Animal planet heeft veel aandacht besteed aan het fenomeen ‘Cell Dogs’, ofwel celhonden. Honden die in een gevangenis komen om daar getraind te worden door gedetineerden. Bij sommige projecten gaat het erom dat de honden getraind worden tot gezinshond, bij andere worden de dieren opgeleid tot geleidehond.

Diertherapieprogramma

Een van de pioniers op het gebied van honden in de gevangenis was David R. Lee, een psychiatrisch maatschappelijk werker die in 1975 een diertherapieprogramma introduceerde in het ‘Oakwood Forensic Center’ in Lima in Canada. In 1981 deed hij een negentig dagen durende studie naar het nut van huisdieren in een penitentiaire inrichting, waaruit bleek dat de aanwezigheid van huisdieren de sfeer op een afdeling verhoogde. Verder bleek het aantal zelfdodingen tijdens de studie tot nul gereduceerd te worden. Ook de hoeveelheid geweld nam beduidend af

Dutch Cell Dogs

Anderhalf jaar geleden werd het concept van celhonden naar Nederland gebracht door Betty Buijtels en Marlies de Bats, de grondleggers van ‘Dutch Cell Dogs’. Dit is een Nederlands initiatief waarin gedetineerden acht weken lang asielhonden trainen om hen beter herplaatsbaar te maken als gezinshond. Betty en Marlies leerden elkaar kennen op de opleiding voor Kynologisch Gedragskeurmeester. Beiden hadden op televisie een uitzending gezien over asielhonden in de Verenigde Staten die door gevangenen getraind werden, om vervolgens als gezinshond geplaatst te kunnen worden. Het project is in Amerika zo succesvol dat er inmiddels een wachtlijst is voor honden die hierin geparticipeerd hebben. Marlies benaderde Betty om met dit gegeven ook in Nederland aan de slag te gaan. Ze besloten hun krachten te bundelen om hun droom te verwezenlijken: Dutch Cell Dogs moest van de grond komen.

Betty kende een gevangenisbewaarster die in de penitentiaire inrichting in Vught werkte. Ze besprak met haar de plannen die zij en Marlies deelden. Deze vrouw zorgde ervoor dat Betty en Marlies een ingang hadden in de gevangenis. Zij bracht hen in contact met de juiste mensen, zoals het hoofd van de afdeling psychiatrie en afdelingshoofden, en plaveide zo de weg voor het project. Er ontstond een keten van enthousiaste mensen die heil zagen in dit project. Er werd besloten tot een pilotstudie. Als die de verwachtingen waarmaakte, kon het project daadwerkelijk doorgang vinden. Betty en Marlies zochten contact met twee asiels die in de regio van Vught lagen, Den Bosch en Tilburg. Het was voor hen belangrijk om een zo kort mogelijke reistijd voor de honden te garanderen. Het autorijden is voor veel (asiel)honden behoorlijk stressvol. Onder stress neemt het leervermogen bij mens en dier immers sterk af.

Recidive onder gedetineerden verminderen en kansarme asielhonden herplaatsbaar maken

Het doel van Dutch Cell Dogs is, naast het tegengaan van recidive van de gedetineerden, om kansarme asielhonden beter herplaatsbaar te maken. Soms blijven er honden om onduidelijke of esthetische redenen lang in een asiel. Het oor staat een beetje vreemd, zijn neus is rood, of de hond heeft een enorm formaat, dit kunnen allemaal redenen zijn waarom mensen hen in het asiel voorbijlopen als ze op zoek zijn naar een nieuwe hond. En hoe langer ze blijven zitten, hoe kleiner de kans dat ze er ooit nog uitkomen. Het lang opgesloten zitten in een asiel kan behoorlijk traumatisch zijn voor honden, ondanks het feit dat veel asiels er erg hun best voor doen het de honden zo comfortabel mogelijk te maken. Soms doet een goedbedoelende vrijwilliger, niet gehinderd door enige kennis van zaken, ook nog meer kwaad dan goed door met de hond om te gaan op een wijze die door de hond niet begrepen wordt. Een angstige hond willen knuffelen als hij in zijn mand ligt is bijvoorbeeld zeer onwenselijk, maar komt incidenteel wel voor. Als er vervolgens bijtincidenten met de betreffende hond plaatsvinden, is hij weer een stuk verder verwijderd van een geslaagde herplaatsing. Betty en Marlies willen juist de honden die om wat voor reden dan ook moeilijker herplaatsbaar zijn een tweede kans geven. Natuurlijk moet daarbij de veiligheid, voor zowel de hond als de gedetineerde, vooropstaan. Honden met bepaalde vormen van agressie komen dan ook niet in aanmerking voor het project. Inmiddels is de Pilot studie succesvol afgerond en hebben de dames van de penitentiaire inrichting in Vught groen licht gekregen om te blijven komen met hun asielhonden. Ook vanuit andere gevangenissen in Nederland is inmiddels interesse getoond.

Match tussen gedetineerden en asielhonden

Voordat er een project gestart kan worden, gaan Betty en Marlies in de asiels op zoek naar geschikte honden. Het is bijzonder dat de asiels mee willen werken. Het vraagt immers veel vertrouwen om de honden zomaar mee te geven aan twee vrouwen die zeggen met de honden naar een gevangenis te gaan. Bovendien kunnen de honden tijdens het project niet herplaatst worden. Wel is het mogelijk om een dergelijke hond te reserveren voor na het project. Per project zijn er zes honden nodig, die vooraf door Betty en Marlies getest worden. De honden moeten kunnen spelen en zij moeten voedselgemotiveerd zijn. De hond mag niet agressief zijn. De selectie van de gevangenen wordt in de penitentiaire inrichting gedaan. Gedetineerden kunnen zich op vrijwillige basis aanmelden voor het project, waarna de psychiater en het afdelingshoofd een uiteindelijke keuze maken. Marlies en Betty hebben vervolgens een kennismakingsgesprek met de gedetineerden, die ook een vragenformulier moeten invullen. Op basis van het gesprek en de antwoorden op het formulier maken Betty en Marlies teams van honden en gedetineerden, om een zo goed mogelijke match te kunnen garanderen.

Spelregels

Meedoen aan het project is niet vrijblijvend voor de gedetineerden en het moet ook niet gezien worden als een privilege. Zij moeten bereid zijn om hun vrije tijd op te offeren aan de training met de hond en zij moeten echt hard aan het werk. Als een gedetineerde zonder opgaaf van reden een keer overslaat, ligt niet alleen hij, maar ook de hond waarmee hij samenwerkt uit het project. Dit betekent dat de gedetineerden hierin ook een verantwoordelijkheid dragen naar ‘hun’ hond toe. Immers, als zij het voor zichzelf verpesten, heeft dit ook een groot gevolg voor de betreffende hond.

Ieder project duurt acht weken, waarin de honden tweemaal per week anderhalf uur in de gevangenis aan het werk gaan. Aan het begin van het project mogen de mannen een naam voor hun hond bedenken. Tijdens het project leren de gedetineerden ongeveer zestien basisoefeningen aan de hond, zoals het op commando gaan zitten, liggen, blijven, zitten en liggen op afstand, wandelen zonder trekken, volgen, vooruit sturen, naar plaats/ bench sturen, attentiesignaal (naam), plat liggen en aan de voet komen. Ook leren zij de hond dat hij alleen iets lekkers uit iemands hand mag nemen als hij daarvoor toestemming heeft gekregen, een heel functionele regel voor een hond die in een gezin met kleine kinderen geplaatst zal worden. Verder leren de mannen de honden ook verzorgende handelingen te accepteren, zoals gebitscontrole, oren nakijken, pootjes vasthouden en borstelen. Ook leren de gedetineerden de hond wennen aan verschillende ‘vreemde’ dingen, zoals een pop en diverse geluidsprikkels. Iedere gedetineerde houdt een dagboek bij waarin hij zijn bevindingen ten aanzien van de hond vastlegt. Als de hond definitief geplaatst wordt, krijgt de nieuwe eigenaar dit dagboek. Zo kan er ook in de nieuwe thuissituatie van de hond worden voortgeborduurd op hetgeen de hond in de acht weken van het project heeft geleerd.

Positieve bekrachtiging

De honden worden door de gedetineerden getraind op basis van positieve bekrachtiging met behulp van de clicker. Er mag niet aan de riem getrokken worden, of bars tegen de hond gesproken. De trainende mannen krijgen de opdracht om de hond te belonen voor het gewenste gedrag en om andere gedragingen van de hond te negeren. Zelfs mannen die van nature misschien niet zo snel voor deze methode zouden kiezen, komen er al snel achter hoeveel beter het werkt en hoe graag de honden voor hen willen werken als zij hen positief benaderen en uiting geven aan hun genoegen als de hond het juiste doet. De mannen zien de honden ‘groeien’ als zij respectvol behandeld worden. Zij leren hoe veel gemakkelijker een hond leert op deze manier ten opzichte van leren op basis van ontwijking of vermijding van negatieve prikkels.

Wetenschappelijk onderzoek

Inmiddels is uit verschillende onderzoeken gebleken dat de aanwezigheid van huisdieren een positieve bijdrage biedt aan het welzijnsniveau en de gezondheid van de mens. Dieren hebben een rustgevend effect op de mens. Met name mensen die zich in de steek gelaten voelen blijken veel baat te hebben bij de aanwezigheid van dieren. Helaas is er maar op beperkte schaal wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het nut van dieren in een penitentiaire setting. Hierdoor wordt het bewijs van een positieve werking wel afgedaan als incidenteel succes op basis waarvan geen betrouwbare conclusies getrokken kunnen worden. Meer onderzoek is essentieel om een project als ‘Dutch Cell Dogs’ verder te kunnen professionaliseren en te implementeren in het gevangeniswezen. De universiteit van Nijmegen heeft interesse om dit onderzoek in samenwerking met het ministerie van justitie op zich te nemen. Als wetenschappelijk bewezen kan worden dat het project een heilzame werking heeft op gedetineerden, dan zou er geld beschikbaar kunnen komen om ‘Dutch Cell Dogs’ als therapie in een duurzame vorm te blijven aanbieden als zorgpakket.

Resultaten

Voor Betty en Marlies zijn de successen die de gedetineerden met hun honden hebben bereikt een enorme stimulans om door te gaan. Het is voor hen fantastisch om te zien hoe de omgang tussen de gevangene en de hond zich in de acht weken dat zij samenwerken ontwikkelt. De veelal getraumatiseerde honden komen in de eerste week vaak met een lege blik in de ogen de gevangenis binnen. Zij hebben moeite zich te binden en om vertrouwen te hebben in de mens. Ook de mannen staan aanvankelijk vaak wat sceptisch ten opzichte van de hond die door Betty en Marlies aan hen wordt toevertrouwd. Toch is er meestal in of na de tweede week ineens een ‘klik’. De honden leven op en vinden het fantastisch om voor ‘hun’ baas te werken. Ze worden speels en alert op hun omgeving. En de mannen die hen trainen merken hoe sterk honden reageren op de positieve trainingsmethode. De honden pikken hun begeleider er dan ook direct uit als ze uit de auto gehaald worden. Er wordt echt een band gesmeed. Helaas moet die band na acht weken weer verbroken worden. Dit is voor zowel de mannen als de honden een moeilijk moment. Als de hond na deze acht weken nog geen gezin of baas gevonden heeft, wordt er in het asiel op dezelfde wijze met hem verder gewerkt tot zich wel een baas aandient. Voor de gedetineerden is er door de psychiatrische dienst een uitgebreide nazorg geregeld.

 

Meer weten?

Op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden hoort u van o.a. Marlies de Bats en Betty Buijtels hoe u zorgt voor een goede re-integratie van ex-gedetineerden in uw gemeente.

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Straatwijsheid leer je niet op school

Voor elke jongere geldt de leerplicht, maar het Nederlandse onderwijssysteem sluit niet aan bij mannelijke …

èèn Reactie

  1. Avatar

    Mooi initiatief!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *