Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » Bekendmaking sluiting drugspand op grond van artikel 13b Opiumwet moet op minst belastende wijze

Bekendmaking sluiting drugspand op grond van artikel 13b Opiumwet moet op minst belastende wijze

Als er in een pand drugs worden aangetroffen, heeft de burgemeester – onder voorwaarden – de bevoegdheid om over te gaan tot de sluiting van dat pand op grond van artikel 13b Opiumwet (‘Wet Damocles’). Dat belangen van derden, die niets met de drugs van doen hebben, gevolgen kunnen hebben voor de bekendmaking van de feitelijke sluiting, leert een recente uitspraak van de rechtbank Limburg.

Franc Pommer, advocaat bij Hekkelman Advocaten & Notarissen en docent op de cursus Wet- en regelgeving in Openbare Orde en Veiligheid, gespecialiseerd in openbare- orderecht.

Achtergrond

De casus kwam al aan bod in onze blog “Gehele of gedeeltelijke sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet”. Het gaat om een perceel met daarop een woning met daarachter een loods. In de loods wordt een onderneming geëxploiteerd door een van de eigenaren van de woning. Onder de loods bevindt zich een kelder. Deze heeft een eigen toegangsdeur. In de kelder – en alléén in de kelder – is een hennepplantage aangetroffen. De perceeleigenaren wisten hier niets van af. Het blijkt dat een elektricien die in het verleden wat klusjes heeft gedaan voor de eigenaren in de kelder de plantage is gestart.

Met toepassing van artikel 13b Opiumwet besluit de burgemeester onder bestuursdwang om de kelder te sluiten. Van deze sluiting is hij voornemens – zoals te doen gebruikelijk – een mededeling te doen door op een bord de sluiting van de kelder bekend te maken. Dit bord zal in de voortuin, aan de straatzijde van het perceel, worden geplaatst.

Het bord is de perceeleigenaren een doorn in het oog en zij starten een kort geding procedure tegen de gemeente bij de civiele rechter. Volgens hen maakt het bord in de voortuin een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer, zoals dat wordt beschermd op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Vanwege het bord lijkt het namelijk alsof de eigenaren zelf betrokken waren bij het drugsdelict. Bovendien vrezen zij als gevolg van het bord klandizie mis te lopen voor de onderneming die in de loods achter de woning wordt geëxploiteerd. De gemeente meent met de plaatsing van het bord rechtmatig te handelen, nu volgens haar alleen daarmee voor iedereen duidelijk is dat de kelderruimte op grond van artikel 13b Opiumwet is gesloten.

Minst belastende wijze

In haar uitspraak maakt de kort gedingrechter een belangenafweging tussen de belangen van de gemeente bij bekendmaking van de sluiting enerzijds en de belangen van de bewoners anderzijds. De rechter komt tot de conclusie dat de effecten die de gemeente met de plaatsing van het bord beoogt ook kunnen worden bereikt als het bord niet in de voortuin, maar direct nabij de toegang van de kelder wordt geplaatst. Ook dan is volgens de rechter immers voor een ieder kenbaar dat de kelderruimte gesloten is op grond van artikel 13b Opiumwet. De rechter benadrukt hierbij dat op deze wijze de belangen van de gemeente worden gediend op een wijze die minder inbreuk maakt op de rechten van de perceelseigenaren. De rechter verbiedt het de gemeente om het bord buiten een straal van drie meter vanaf de toegangsdeur van de kelder te plaatsen. Binnen die straal moeten de bewoners het bord tolereren.

Nut voor de praktijk

De rechtbank concludeert in dit geval dat de gemeente bij het bekend maken van de sluiting van de kelder door middel van een bord in de voortuin, onrechtmatig handelt jegens de bewoners. De les voor de praktijk die uit deze uitspraak kan worden afgeleid, is dat als de burgemeester bestuursrechtelijk bevoegd is om een drugspand op grond van artikel 13b Opiumwet te sluiten, hij er niettemin civielrechtelijk rekening mee moet houden dat de bekendmaking van de sluiting op een voor ‘onschuldige’ derden minst belastende wijze moet plaatsvinden. Gebeurt dat niet dan loopt de gemeente het risico door de civiele rechter te geworden teruggefloten. Dit zou in sommige gevallen – dat was in deze uitspraak overigens niet het geval – zelfs kunnen leiden tot een schadevergoedingsplicht.

Meer weten?

Op de cursus Wet- en regelgeving in Openbare Orde en Veiligheid leert u van experts wat de (nieuwe) wetten op openbare orde en veiligheid betekenen voor uw uitvoeringspraktijk.

Op de cursus Bestuurlijke aanpak van georganiseerde misdaad leert u hoe u voorkomt dat criminele organisaties zich vestigen in uw gemeente.

Op de opleiding bibob coördinator leert u hoe u de wet Bibob toepast in uw gemeente.

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Buitenlandse Zaken wil contact met slachtoffers huwelijksdwang en achterlating

Het is weer zomervakantie! Tijd voor een gezellige vakantie met je gezin of familie. Een …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *