Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » Langverwachte verruiming sluitingsbevoegdheid artikel 13b Opiumwet treedt 1 januari 2019 in werking

Langverwachte verruiming sluitingsbevoegdheid artikel 13b Opiumwet treedt 1 januari 2019 in werking

Op 11 december 2018 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel tot wijziging van de Opiumwet (verruiming sluitingsbevoegdheid) aangenomen. Het gewijzigde artikel 13b Opiumwet zal op 1 januari 2019 in werking treden.

Franc Pommer, advocaat bij Hekkelman Advocaten & Notarissen en docent op de cursus Wet- en regelgeving in Openbare Orde en Veiligheid, de cursus Bestuursrechtelijk handhaven, de opleiding bibob coördinator en de cursus APV & Bijzondere Wetten, gespecialiseerd in openbare- orderecht.

Wat wijzigt er ook alweer?

In een eerdere blog ben al ingegaan op het wetsvoorstel (kamerstuknummer 34 763), dat een verruiming bevat van de bevoegdheid van de burgemeester om woningen en lokalen te sluiten, op grond van artikel 13b Opiumwet. Bestaat de bevoegdheid op grond van de huidige redactie van artikel 13b Opiumwet in beginsel alleen als daadwerkelijk een handelshoeveelheid drugs in een woning of lokaal aanwezig is, per 1 januari 2019 kunnen ook strafbare voorbereidingshandelingen met betrekking tot handel in en productie van drugs de sluitingsbevoegdheid scheppen.

Voorbereidingshandelingen

Van voorbereidingshandelingen kan volgens het nieuwe artikel 13b Opiumwet alleen sprake zijn bij het voorhanden hebben van bepaalde voorwerpen of stoffen die, vanwege de aard en hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn om harddrugs te vervaardigen of voor grootschalige hennepteelt. Op zijn minst moeten de voorwerpen of stoffen het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat zij daarvoor bestemd zijn. Onvoldoende om als voorbereidingshandeling te kwalificeren, is aantreffen van (uitsluitend) vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen.

Nieuwe redactie artikel 13b Opiumwet

Artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet komt als volgt te luiden:

  1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
    a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
    b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

Deze redactie is ten opzichte van de consultatieversie enigszins gewijzigd. Aan onderdeel a is de zinsnede “dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid” toegevoegd. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat niet alleen het aantreffen van middelen als genoemd in de lijsten I en II van de Opiumwet aanleiding kan geven tot toepassing van artikel 13b Opiumwet, maar ook middelen die zijn aangewezen bij ministeriële regeling krachtens artikel 3a lid 5 Opiumwet, vooruitlopend op plaatsing op deze lijsten.

Meer weten?

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Drugsindustrie steeds machtiger

Criminoloog Edward van der Torre waarschuwt dat de drugsindustrie in ons land steeds meer macht …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *