Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » Hoe je criminele jongeren aanpakt

Hoe je criminele jongeren aanpakt

Hans Werdmölder is cultureel antropoloog en criminoloog Hij doet onderzoek naar jonge criminelen en schreef het boek ‘Marokkaanse lieverdjes’ en het boek ‘Marokkanen in de marge’. Dertig jaar criminaliteitsonderzoek maakte Hans Werdmölder niet erg optimistisch. Toch is er hoop.

Noodklok

In 2008 luidde Lodewijk Asscher als wethouder van jeugdzaken in Amsterdam de noodklok: de hulp aan probleemkinderen faalde. Het jeugd- en welzijnsbeleid was een doolhof van projecten, organisaties en subsidies. Het onderzoek naar het functioneren ervan stond bekend als ‘operatie Frankenstein’, naar de maker van het monster dat niemand meer in de hand had.

Top 600 aanpak

Sinds mei 2011 kent Amsterdam een nieuwe aanpak, de zogeheten ‘Top-600’. Om het aantal ‘high impact delicten’ (gewapende overvallen, gewelddadige straatroof en woningovervallen) van zo’n zeshonderd veelplegers te verminderen, worden de verdachten van straat gehaald berecht en met voorrang behandeld: lik-op-stuk, hulp en permanent toezicht. Meer dan dertig organisaties werken daarbij ‘intensief met elkaar samen’.

Criminele minkukels

De jongeren uit de Top-600 zijn criminele minkukels, maar daarom niet minder gevaarlijk. De slimme criminelen blijven buiten schot. Vrijwel alle Top-600 criminelen zitten zonder werk, zijn langdurig object van hulpverleners, en komen uit gezinnen waarvan de ouders falen als opvoeders. Daarvan heb je twee typen: de onverschilligen (die vaak meeprofiteren van de criminele opbrengsten), en de onmachtigen of onwilligen.

Lange delictgeschiedenis

Wat de jongeren gemeen hebben is een lange delictgeschiedenis, intensief cannabisgebruik, een gebrekkig functionerend geweten en weinig of geen probleembesef, zo concludeert de GGD in zijn recente rapport ‘In de nesten’. De meesten (86 procent) hebben problemen met het accepteren van gezag en autoriteit. Vier op de tien hebben een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Maar, zo is mijn ervaring, die sluit een zekere straatslimheid beslist niet uit.

Lucratieve doelgroep

De jonge criminelen vormen voor professionele hulpverleners – pro-deoadvocaten, psychiaters, consulenten, onderzoekers – een interessante, lucratieve doelgroep. Zoals Abdel, een van de criminele jongeren, mij toevertrouwde: “Weet u waarom ze ons op de Top-600 lijst hebben gezet? Om aan ons geld te verdienen. Daar zitten allemaal mensen zoals u, met zo’n overhemd aan.”

Harde werkelijkheid

Ondanks de euforie over de nieuwe, persoonsgerichte aanpak blijven de criminelen komen en gaan. Een manco is immers dat de vaak jonge, idealistische hulpverleners willen dat criminele jongeren hun gedrag veranderen. Dat botst met een harde werkelijkheid, die de criminoloog Ben Rovers in 2008 zo formuleerde: “De jeugddelinquent die in aanraking komt met justitie ziet vaak niet dat hij een probleem heeft, laat staan dat hij hiervoor hulp zoekt. Zijn contact is ook niet vrijwillig en doorgaans is hij dan ook niet gemotiveerd om mee te werken aan de behandeling, laat staan dat hij gelooft of verwacht dat deze behandeling ergens toe zal leiden.”

Straat regeert

Deze observatie heeft haar geldigheid niet verloren. ‘Jonge crimineel lacht om hulpverleners’, kopte Het Parool over de falende aanpak van politie, justitie en jeugdzorg. Een PvdA-bestuurder stelde vast dat de jeugdige criminelen ‘diploma noch baan’ hebben. Het was ‘machteloos toekijken hoe de straat regeert’. “Sommige professionals waren het gewoon gaan vinden dat niets lukte.”

Erbovenop zitten

Is er dan niets veranderd sinds de jaren tachtig, afgezien van de morele verontwaardiging en het motto ‘erbovenop zitten’? In de toenmalige samenleving, waarin alles kon en mogelijk was, bestonden voor jonge criminelen nauwelijks verplichtingen, beperkingen of sancties. Mededogen was er in overvloed, om over hypocrisie nog maar te zwijgen.

Typerende lotgevallen

De lotgevallen van Mehdi en Mustapha, beiden in Marokko geboren, zijn typerend voor veel criminele minkukels van toen. Ik volg ze als criminoloog al sinds de jaren tachtig. Mehdi beroofde op zijn zeventiende, in 1982, met twee kornuiten een oudere homoseksueel thuis van zijn geld, betaalkaarten en giropasje. Mehdi wordt in beschonken toestand opgepakt en in een groepscel ingesloten. Daar verkracht hij een Engelsman, die voor een diefstal was opgebracht. Mehdi krijgt een straf van vier maanden tuchtschool en één jaar ondertoezicht- stelling. Mustapha is al sinds zijn puberteit verslaafd aan hasj, coke, heroïne en methadon. Het benodigde geld verkreeg hij door elke dag te stelen. “Alle winkels in de Ferdinand Bolstraat heb ik gehad”, vertelde hij mij halverwege de jaren tachtig.

Jongerenwerkers

Als zij vastzaten in een jeugdinrichting kregen Mustapha en Mehdi bezoek van jongerenwerkers Frans en Dennis. Om bij hun cliënten in het gevlij te komen, namen die telkens 100 of 200 gram hasj mee. De bewaarders vonden het allang prima, zo hadden ze minder last van lastige gedetineerden. Het was, vertelde Mustapha me, heel normaal om een plak hasj mee te nemen. “Zo waren de jaren tachtig.” Maar toen de leiding erachter kwam, trok ze de pasjes van de jongerenwerkers in.

Mogelijke gevaren

De meeste hulpverleners en deskundigen hadden geen oog voor de mogelijke gevaren van drugs. Rob van Amerongen, een classicus die zijns ondanks verslavingsexpert en -voorlichter was geworden, schreef in 1985 een aanklacht tegen ‘de hulpverlener die zich in loyaliteit volstrekt gebonden acht aan zijn cliënt’, onder de titel ‘Mijn zoon is verslaafd: een lijdensweg door de hulpverlening’. Rob van Amerongen: “Ik denk dat hij zonder het gesubsidieerde geprofessionaliseerde jongerencentrum niet aan de heroïne was geraakt.”

Riskante gewoonte

Mijn collega’s op de universiteit noemden het gebruik van harddrugs toen weliswaar een ‘riskante gewoonte’, maar zagen daarin ook een ‘overlevingsstrategie’ van criminele jongeren. Daardoor kregen ze, schreef socioloog Peter Buiks in 1983, “een zinvol bestaan, dat in hun situatie op een andere manier nauwelijks in het verschiet ligt. Het heroïnegebruik verschaft hun een dagelijkse routine van veeleisende, avontuurlijke handelingen die vindingrijkheid en creativiteit vergen.”

Bestaan als junk

Ik uitte toen al mijn twijfels. Werd hiermee niet ‘het magische beeld rondom heroïne en coke’ versterkt? Want hoe zag Mehdi’s ‘zinvolle bestaan’ eruit? In 1988 is hij 24 jaar, hij gaat niet meer naar school, woont niet meer thuis en slijt zijn dagen als junk. Hij gebruikt vijf of zes gram coke per dag, daarnaast vaak nog andere drugs. “Je gaat gewoon veel gebruiken, want als we gebruiken zijn we heel gezellig tegen elkaar.” Die gezelligheid kende wel een prijs: 750 gulden per dag. Er was een speciaal huis, een basehole, waar verslaafden, niet gestoord door de politie, harddrugs konden gebruiken, aangeleverd door een Surinaamse huisdealer. Af en toe verliet een junk gestrekt het pand na een overdosis.

Vicieuze cirkel

Mehdi bevond zich in een vicieuze cirkel van opsluiten, vrijlaten, veroordelen, opsluiten: twee maanden, drie maanden, zes maanden, drie maanden en weer twee maanden, maakte ik uit zijn dossier op. De vader van Mehdi stuurde, toen hij de Nederlandse aanpak zat was, zijn zoon halverwege de jaren tachtig terug naar Marokko. Maar de dwingende ogen van familie en vrienden hielpen bij Mehdi niet, en ook Mustapha heeft geen baat gehad bij een afkickverblijf in zijn geboorteland.

Zwervend bestaan

Voor mijn vervolgonderzoek heb ik Mehdi en Mustapha in 2009 weer opgespoord. Mustapha bleek te zijn uitgehuwelijkt aan een vroeger buurmeisje uit Marokko. Hij is vader van twee kinderen, maar sinds kort officieel gescheiden. En hij was nog altijd verslaafd. Per dag gebruikte hij drie of vier methadontabletten, naast 25 blikjes bier (‘mijn dagelijkse karnemelk’). Het verzet tegen autoriteiten en hulpverleners vormde de rode draad in zijn leven. Hij leidt nog steeds een zwervend bestaan.

Inrichting voor Stelselmatige Daders

Mehdi liet mij weten dat hij op een gegeven moment inzag dat er iets moest veranderen, zijn leven ging bergafwaarts. Daarom was hij akkoord gegaan met een ISD-maatregel – ISD staat voor Inrichting voor Stelselmatige Daders, door Justitie in 2004 ingesteld in de strijd tegen veelplegers (‘draaideurcriminelen’). Deze maatregel, een combinatie van straf en behandeling, duurt twee jaar en treft in de regel junks, ongeveer 650 personen per jaar. In de laatste fase van het behandelplan werd Mehdi vanuit de kliniek aangemeld als woningzoekende; hij zou ook weer gaan solliciteren naar betaald werk.

Niets van terechtgekomen

“Daar is helemaal niets van terechtgekomen”, zegt hij kwaad. Ik ben geneigd Mehdi’s boosheid te delen. Inspectieonderzoek uit 2008 bracht veel gebreken in de ISD-aanpak aan het licht. Rapporten van reclassering en gedragskundigen ontbraken, de verplichte verblijfplannen in detentie waren er na een maand nog niet. Extramurale plaatsingen liepen moeizaam, terwijl zorginstellingen niet waren ingesteld op de komst van ISD’ers.

Aanraking met politie

In 2010 komt Mehdi nog steeds vaak in aanraking met de politie. Zijn criminele loopbaan bestrijkt ook al meer dan dertig jaar. In zijn strafdossier staan 116 gerechtelijke beslissingen, gebaseerd op 152 delicten. Hij is verslaafd en aan de methadon. Dagelijks meldt hij zich, net als andere oude (en nieuwe) verslaafden, bij het kantoor van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Het drugscircuit van junks, hulpverleners, dienders en bewakers is zijn wereld. Onder hen voelt hij zich senang; hij kan ze goed bespelen.

Criminaliteit verhardt

Er is nog steeds verse aanvoer van jonge criminelen, vooral van Marokkaanse komaf: 8,1 procent, tegen 1,6 procent onder autochtone jongeren. Ook het percentage recidivisten is onder hen het hoogst, ruim 80 procent. De criminaliteit verhardt, en gewiekste jongeren stromen door naar de georganiseerde misdaad. Ze willen veel geld verdienen en wel op een makkelijke manier. ‘Even een ov’tje te doen’, luidt de oplossing in het criminele jargon: een overval op een bank, tabakszaak of juwelier. Inmiddels woeden in Nederland heuse bendeoorlogen, met jonge Amsterdamse Marokkanen en Antillianen als dader en doelwit.

Stok achter de deur

Wat te doen? “Het wordt optimisten niet gemakkelijk gemaakt”, besluit misdaadjournalist Paul Vugts wat cynisch zijn recente boek ‘Doorgeschoten’. Dertig jaar onderzoek naar Marokkaanse criminele jongeren heeft ook mij bescheiden gemaakt, en minder politiek correct. Mijn devies: maak het simpel, houd vast aan slechts enkele principes en zorg voor een stok achter de deur.

Ouders verantwoordelijk

Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van hun kinderen. Hoe kunnen ze niet weten waar hun zoon uithangt, hoe kunnen ze hun rebellerende zoon zomaar op straat zetten? Raak die ouders op hun gevoeligste plek: de portemonnee.

Hulpverleners

En ik zeg het voormalig PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch graag na: we moeten af van hulpverleners die zich afvragen of ze een tolk mee zullen nemen, of ze hun schoenen uit moeten trekken en mevrouw een hand geven.

Hoge pakkans en zekerheid van sancties

Bij de aanpak van jeugdcriminaliteit zijn twee factoren van doorslaggevend belang: een hoge pakkans en de zekerheid van sancties. Daders moeten sneller berecht worden en straffen mogen best pijn doen (hogere straffen helpen niet echt, het enige voordeel is dat veroordeelden tijdens hun detentie geen overvallen kunnen plegen).

Misdaad loont

In de praktijk loont misdaad vaak. Om dat tegen te gaan, verdienen verkeerde rolmodellen straffen die financieel en sociaal pijn doen. Laat een taakstraf plaatsvinden in de moskee, bij voorkeur onder het toeziend oog van de imam. Schakel ook de Belastingdienst in om het criminelen nog lastiger te maken. En pluk ze waar het kan: leg vaker beslag op auto’s en andere goederen die zijn gefinancierd uit de opbrengsten van de misdaad. Leg de bewijslast van legitieme aanschaf van dit soort goederen bij de bezitter. En bij een derde overtreding geen gratis rechtsbijstand meer.

Veel overleg

Ik pleit ook voor het opschonen van de vele instanties en hulpverleners die om de gezinnen en de betrokken jongeren heen cirkelen. Ze zitten elkaar vaak in de weg en het vele overleg leidt meestal tot niets.

Heel goed bezig

Mijn ervaring met de vele tientallen criminele jongeren die ik heb gevolgd, is dat ze het idee hebben dat ze heel goed bezig zijn, dat ze met hun gedrag de overheid, politie en justitie te slim af zijn en de hulpverlening en jongerenwerkers naar hun hand kunnen zetten. Bevalt hen iets niet, dan stappen ze naar een pro-deoadvocaat.

Jongerenwerkers nieuwe stijl

Er is schreeuwende behoefte aan professionele, effectieve en doortastende uitvoerders die knopen durven doorhakken. Deze jongerenwerkers nieuwe stijl moeten de onderklasse van jongeren in kaart brengen. Haal criminele minkukels zonder werk uit de comfort zone van een uitkering. Bied ze structuur en toezicht in een werk- of leertraject. Haal ze van straat, met korting op de uitkering of het uitzitten van de opgelegde straf als stok achter de deur.

Onder leiding van oud-mariniers

Wat ik hoopvol vind is dat een aantal jongeren uit de Top-600 dagbesteding krijgt onder leiding van oud-mariniers – die zijn niet bang voor geweld en zorgen ervoor dat de jongeren op tijd komen, gezag aanvaarden en samenwerken.

Meer weten?

Op de opleiding ketenregisseur risicojeugd leert u hoe u komt tot een integrale persoonsgerichte aanpak van risicojongeren.

Op de opleiding Overlastcoördinator leert u hoe u verloedering en ernstige overlast in uw wijk aanpakt.

Op de opleiding coördinator nazorg ex-gedetineerden leert u hoe u komt tot een sluitende aanpak van ex-gedetineerden in uw gemeente.

Op het congres Ondermijning & Georganiseerde Criminaliteit hoort u hoe u ondermijning veroorzaakt door criminele netwerken in uw gemeente voorkomt.

Op de cursus Bestuurlijke aanpak van ondermijning leert u hoe u voorkomt dat criminele organisaties zich vestigen in uw gemeente.

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Intensivering militaire missie in Afghanistan en stoppen in Mali

De ministerraad heeft ingestemd met de verlenging en meerjarige intensivering van de Nederlandse bijdrage aan …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *