Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » Woonoverlast en onveiligheid in de buurt: participatie helpt

Woonoverlast en onveiligheid in de buurt: participatie helpt

Veel woningcorporaties kennen het: complexen waar woonoverlast, vervuiling en zelfs criminaliteit mensen een onbehaaglijk gevoel geven maar waar geen grip op te krijgen is. De problemen zijn onvoldoende ‘crimineel’ voor politie, te intimiderend voor bewoners en te diffuus voor straatcoaches. Toch moet er wat gebeuren. Zonder participatie van bewoners gebeurt er echter niet veel.

Lucien Stöpler, oprichter en eigenaar van Justice in Practice, hoofddocent van de cursus Burgerparticipatie in het veiligheidsdomein en spreker op het congres Veiligheid in de wijk , helpt gemeenten, justitie en politie hun impact op de veiligheid te vergroten door effectieve samenwerking met burgers en partners aan te gaan.

Een recent onderzoek wijst op de mogelijkheid om samen met bewoners, politie en gemeente een community op te richten die de positieve veiligheid vergroot en daarmee de overlast, criminaliteit en vervuiling indamt. Het concept Communities voor veiligheid is met succes in de gemeente Amsterdam bij enkele woningcorporaties getest met positieve resultaten. Woonoverlast vermindert, criminaliteitscijfers verbeteren en bewoners zijn weerbaarder.

Onveiligheidsgevoel is gezond als je er iets mee kan

Een gevoel van onveiligheid is gezond zolang het zich binnen een actieve gemeenschap afspeelt. Deelnemers aan een veiligheidscommunity praten met elkaar over incidenten en trends van onveiligheid die ze waarnemen. Dat geeft hen een gezond bewustzijn van de risico’s op het gebied van inbraak, overlast en andere criminaliteit. Het verrassende is dat uit het onderzoek blijkt dat de mensen die zich in een actieve gemeenschap onveilig voelen, dit omzetten in strategieën die aantoonbaar de veiligheid verhogen. Mensen die zich onveilig voelen zonder dat ze in een actieve gemeenschap zitten, trekken zich terug, wat de onveiligheid verhoogt. De overheid die zich inzet voor het vergroten van betrokken gemeenschappen krijgen een bonus, de overheden die dat onvoldoende doen, krijgen een malus van extra onveiligheid.

Participatie: gratis maar niet vrijblijvend

De trend tot meer participatie en redzaamheid lijkt dan in eerste instantie voor gemeenten en politie extra veiligheid zonder extra kosten op te leveren, gratis betekent niet vrijblijvend. Hoe je het ook wendt of keert, de gemeente én politie moeten aandacht besteden aan het activeren van positief veiligheidsgedrag, op basis van inzicht in de behoefte van de groep.

Het onderzoek heeft een serie interventies getoetst die leiden tot meer effectieve participatie. Voorlichting, de standaard interventie van politie en gemeenten, werkt vooral als dat gekoppeld wordt aan een handelingsperspectief met uitzicht op een effect. Het bellen van 1-1-2 is daar een voorbeeld van, maar participatie is een veel laagdrempeliger handelingsperspectief. Bovendien komt voorlichting veel beter aan als het via het kanaal van een betrokken gemeenschap komt, en niet via standaard flyers, filmpjes of buurtavonden. Voorlichting moet dus gekoppeld worden aan een vraag en uitnodiging om gezamenlijk op te treden.

Participatie vraagt om samenwerking en verbinding

Het activeren van bewoners kan alleen als gemeente, politie en organisaties als woningcorporaties samen werken. Dat komt omdat als de veiligheidspartners en belanghebbenden niet samenwerken, ze vooral elkaar aanwijzen als verantwoordelijken. Dat cirkeltje klinkt zo: “Onveiligheid? Daar is de politie toch van? Nee (zegt de politie), de gemeente moet preventieve maatregelen nemen! Nou (zegt de gemeente), de woningcorporatie moet investeren in beter hang- en sluitwerk!” Zo wijzen de partners naar elkaar en de bewoners haken af. Samenwerkende veiligheidspartners verschillen niet van opvatting dat ze allemaal een taak hebben, maar ze steunen elkaar in het volbrengen ervan om een integrale veiligheid tot stand te brengen. Uit het onderzoek bleek bijvoorbeeld dat een woningcorporatie die door de gemeente gesteund wordt bij het snoeien van bosjes voor beter zicht, makkelijker overgaat tot het verbeteren van de fysieke omgeving, waaronder het opschonen van het terrein en het verbeteren van het hang- en sluitwerk.

Bewoners hebben, tot slot, reële toegang tot veiligheidspartners nodig om inhoudelijke en concrete verbeteringen tot stand te brengen. Een gemeente die actieve bewoners verbindt aan beleidsmedewerkers om hun ideeën te helpen verwezenlijken, een politie die zich inzet om terugkoppeling te geven op meldingen zijn twee voorbeelden van reële toegang. Een gemeente, politie en woningcorporatie die zichzelf ‘al heel veel’ vindt doen en de bewoner doorverwijst naar een andere veiligheidspartner voor klachten kan dus een toename van overlast en onveiligheid in de wijk verwachten.

Meer weten?

Op het congres Veiligheid in de wijk hoort u hoe u de veiligheid en leefbaarheid in uw wijk bevordert.

Op de cursus Burgerparticipatie in het veiligheidsdomein leert u hoe u burgers betrekt bij de aanpak van veiligheidsproblematiek in uw gemeente.

Op de opleiding Overlastcoördinator leert u hoe u verloedering en ernstige overlast in uw wijk aanpakt.

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Financieel wanbeleid op scholen

Grapperhaus intensiveert mogelijkheden afpakken crimineel vermogen

Nieuwe instrumenten – continue vermogensmonitor en strafrechtelijke curatele –  worden uitgewerkt om de financiële handel …

èèn Reactie

  1. Avatar
    Marconie Ramackers

    De probnleemstelling en oplossingsrichting herken ik vanuit de aanpak die in Leiden een aantal jaren geleden gedaan is rond een paar probleemgebieden in de stad. Vanuit de corporatie heb ik samen met een aantal collega’s vorm gegeven aan een zogenaamde IVAB-aanpak. IVAB = Integrale Veiligheids Aanpak Betrokkenen. De betrokkeken waren: politie, gemeente, buurtbewoners, buurtopbouwwerk, jeugd- en jongerenwerk, prorail en woonstichting Portaal. Het suces van de aanpak lag in de samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ieder leverde in die samenwerking zijn aandeel op zijn eigen domein en was bereid om over de grens van zijn eigen domein heen te kijken en te onderrsteunen of begeleiden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *