Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » Zie geweldspatronen in plaats van incidenten

Zie geweldspatronen in plaats van incidenten

De meldcode moet worden aangepast, kondigde staatssecretaris Van Rijn van VWS dit voorjaar aan. Investeer in collectief leren, adviseert Sietske Dijkstra. ‘Blijvend resultaat boek je door samen intensief casussen te bespreken.’

Sietske Dijkstra, eigenaar van Bureau Dijkstra, docent op de opleiding regisseur huiselijk geweld en kindermishandeling en voormalig lector huiselijk geweld en hulpverlening in de keten aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool, promoveerde aan de Universiteit Utrecht op een onderzoek naar hoe slachtoffers betekenis geven aan geweld.

O nee, niet weer het advies ‘beter samenwerken’!

‘Vaak ken je maar een fractie van de problemen als je niet met andere professionals praat. Als je elkaar echt spreekt, informatie deelt en die gezamenlijk analyseert, kun je beter bepalen wat er nodig is. Het is ook heel belangrijk om rechtstreeks te spreken met degenen om wie het gaat.’

Wat houdt collectief leren precies in?

‘Dat alle betrokken partijen tegelijkertijd intensief met elkaar praten. Een voorbeeld is het verdiepende leeratelier, waarbij ik als onderzoeker betrokken ben. Dat is een experiment in Haarlem, Maastricht en Utrecht, voortgekomen uit de ZSMwerkwijze, waarbij zo snel en effectief mogelijk criminaliteit wordt aangepakt door politie, Openbaar Ministerie, Slachtofferhulp, Reclassering en Raad voor de Kinderbescherming. In de leerateliers komen vertegenwoordigers van deze organisaties tussen de acht en twaalf weken fulltime samen om actuele jeugddelicten en gevallen van huiselijk geweld te bespreken. Zij zoeken oplossingen die passen bij de leefwereld van de betrokkenen. Bij de verdiepende ateliers zijn ook medewerkers van Halt, Bureau Jeugdzorg, de William Schrikker Groep (WSG), Veilig Thuis, de Veiligheidshuizen en maatschappelijke opvang aanwezig.’

Wat levert dat op?

communiceren2‘Dat een casus veel dieper en breder bekeken wordt. Kennen we dit gezin? Heeft eerdere hulp of straf iets opgeleverd? Wat is nog nodig om een scherper beeld en meer inzicht te krijgen? Een extra verhoor, een gesprek met school? En dat gebeurt dan ook meteen. De bedoeling is om erachter te komen wat voor straf en zorg nodig is. Je kunt een jeugddelict afdoen met een geldboete en de zaak seponeren. Daarmee is die zaak wel afgedaan, maar niet betékenisvol afgedaan. Als eerdere vormen van hulp of straf niet hebben voorkomen dat er wederom dingen zijn misgegaan, kun je beter nadenken over wat je anders moet doen.

Daarbij moet je ook met betrokkenen en hun omgeving praten. Zo vroegen de deelnemers aan het leeratelier in Limburg aan een pleegmoeder wat zij een goede straf zou vinden voor haar 21-jarige, verstandelijk beperkte pleegzoon die een schoolruit had ingeslagen. Zij meende dat een boete hem niet echt zou raken, maar wel als de officier van justitie een hartig woordje met hem zou spreken. Dat gebeurde, en daarnaast moest de jongen de schade vergoeden door deze in termijnen te betalen. Dat maakte veel indruk op hem. Daardoor ontstond een goede mix tussen straf en zorg.’

Samenwerken is niet makkelijk.

‘Door routine en tijdsdruk is dat met directe collega’s al moeilijk, laat staan tussen instellingen. Maar de deelnemers aan het leeratelier zijn enthousiast over de mix van zorg en straf die zij samen vinden. Het zou boeiend zijn om te volgen welke impact deze uitkomst op de betrokkenen heeft en of het minder vaak tot hermelding bij Veilig Thuis of recidive leidt.’

Waarvoor kunnen leerateliers een betere oplossing vinden?

‘Voor zaken die onduidelijk zijn, of waar zowel sprake is van een delict als van een gespannen gezinssituatie, of waar al veel hulp of een ondertoezichtstelling is, zonder dat de situatie verbetert. Zo heb ik met collega-adviseur Wil Verhoeven voor het tijdschrift Maatwerk (nu Vakblad Sociaal Werk) de zaak Ruben en Julian doorgepluisd, met het inspectierapport in de hand – waaruit bleek dat alle betrokken professionals hun werk goed genoeg hadden gedaan. Ons viel op dat de professionals veel breder en dieper hadden kunnen kijken naar de problemen. Zo stond in het rapport: “Er was sprake van psychisch geweld.” Maar van wie, en op wie was het geweld gericht?

Verder speelden onder de oppervlakte emoties van de vader, die zich buitengesloten en machteloos voelde. Hier zie je hoe belangrijk doorvragen en documenteren is, en vooral met de partijen direct in gesprek zijn. Als andere partijen een terloopse opmerking lezen over hoe stroef het contact met ouders of cliënt verloopt, heb je kans dat ze er te weinig aandacht aan besteden. Terwijl daar misschien wel de kern van het probleem ligt.’

In de hectiek van de dag is er toch geen tijd om uitgebreid casussen door te nemen?

‘Natuurlijk is er altijd de strijd om de tijd, maar er is superveel recidive. Soms plegen jongeren al tijdens hun Halt-traject opnieuw een winkeldiefstal. Het is belangrijk om dat te volgen. Het percentage hermeldingen bij Veilig Thuis is naar schatting wel 40 procent! Het loont op lange termijn om je bij complexe zaken meer in te spannen.’

Wat vinden deelnemers het voordeel van collectief leren?

‘Sparren zorgt ervoor dat je eigen werk aan kracht wint. Je leert op verschillende manieren: van de casus zelf, over soortgelijke casussen en je leert patronen zien in soortgelijke casussen. En daarnaast wat een betekenisvolle afhandeling kan zijn.’

Hoe kan collectief leren worden toegepast op aanpassing van de meldcode?

vragenlijst-150x150‘Uit een vragenlijst over de toepassing van de meldcode, die ik ontwierp met Kirsten Regtop van Veilig Thuis, blijkt een grote behoefte aan agendering van de meldcode, intervisie, casuïstiekbespreking en training. Kennelijk is de meldcode nog niet zo stevig ingebed.

We zijn geneigd om ons op incidenten te richten. Zoals de man die eerst zijn ex vrouw stalkt, vervolgens ook de kinderen die hij niet mag zien en daarna oma. De stalking breidt zich uit en hulpverleners proberen per keer een oplossing te vinden. Maar je moet het patroon zien in plaats van de incidenten. Dan weet je ook beter wat zal werken op lange termijn. Dat doen we te weinig.’

Zijn er overeenkomsten tussen casussen?

‘Elke casus is uniek, maar er is ook overlap. Ten eerste is vaak sprake van combinatieproblematiek: er speelt alcoholmisbruik én verwaarlozing of bijvoorbeeld een psychiatrisch probleem én agressie. Daarnaast is er meestal sprake van een diversiteit aan geweld, zoals (ex-)partnergeweld én kindermishandeling. Ten derde hangen fysiek, seksueel en psychisch geweld meestal samen. Ook speelt er vaak intergenerationele problematiek.’

Wat hoop je dat het collectieve leren ons gaat brengen?

‘Minder concurrentie, want de deelnemers beseffen dat ze allemaal waarde toevoegen. Dat leidt tot minder hermeldingen en minder recidive. Ik hoop dat we meer zicht krijgen op welk effect hulp heeft en hoe betrokkenen terugkijken op hulp.’

Waarom is dat terugblikken van cliënten belangrijk?

‘Het gaat om hen! Dankzij hun ervaringen kunnen we, in dat enorme landschap aan hulp, ontdekken hoe we écht tot één gezin, één plan kunnen komen en kunnen we aansluiten bij hun leefwereld.’

Wat zou je graag anders zien?

‘Ik hoop dat de fusie van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en het Steunpunt Huiselijk geweld tot Veilig Thuis (VT) leidt tot meer contact met de gemeente en lokale instanties, verdieping van vakkennis en meer inzicht in wat er na VT met een melding gebeurt. Nu staat VT nog te veel op afstand en ontvangt de melder weinig feedback. Liever zou ik zien dat VT niet hulp op gang brengt, maar dat zij helpt zorgen dat een gezin de juiste hulp krijgt én dat een gezin met één hulpverlener te maken krijgt. Want dat kun je leren van Signs of Safety: vermoei het gezin niet met allerlei instanties. Zet er één persoon op en een heel team achter.’

Bron: Jeugd en Co, Jaargang 10, nummer 5, oktober 2016, pagina’s 16 t/m 19.
Door: Merel van Dorp (tekst) en Rebke Klokke (beeld)

Meer weten?

http://www.sbo.nl/media/cms_page_media/1829/70109-voorkant.jpgOp de opleiding regisseur huiselijk geweld en kindermishandeling leert u hoe u samen met uw partners komt tot een geïntegreerde aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in uw gemeente.
Bekijk het programma

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Wat doen we met 100 miljoen?

Als de overheid honderd miljoen extra uittrekt, dan moet er wel wat aan de hand …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *