Home » Milieu & RO » De naakte straat onaantrekkelijk voor voetgangers

De naakte straat onaantrekkelijk voor voetgangers

Cees Wildervanck, zelfstandig verkeerspsycholoog en docent op de opleiding beleidsmedewerker Verkeer en Vervoer, gespecialiseerd in de menselijke factor in het verkeer en vervoer waardoor 9 van de 10 verkeersongelukken wordt veroorzaakt.

Naked street of shared space

Sommige ruimtelijke ontwerpers en politici zijn gecharmeerd geraakt van het idee van de naakte straat (naked street of shared space). Hierbij ontbreekt een trottoir en lijken er geen verkeersregels te zijn. De filosofie klinkt sympathiek: iedereen gelijke rechten op de ruimte. Zonder verkeersborden en –regels zouden mensen via sociaal contact het beter kunnen regelen en automobilisten zich vanzelf allemaal netjes gaan gedragen. Maar hoe pakt het in de praktijk uit, en met name voor ouderen? En hoe is het uiteindelijk met die gelijke rechten gesteld? Veel oudere voetgangers ervaren deze situaties als zo onduidelijk en onoverzichtelijk, dat ze deze zijn gaan vermijden. Zij missen de veilige plaats van het trottoir en goede oversteekvoorzieningen en wat is er voor in de plaats gekomen?

Wij gebruiken hier de term naakte straat als een van de vormen van shared space (gedeeld ruimtegebruik), dat al veel eerder bestond in de vorm van het (woon)erf. Al sinds de jaren 70 van de vorige eeuw bestaat de erf-regeling waarbij de automobilist met stapvoetse snelheid te gast mag zijn in verblijfsgebieden. Hier kan de voetganger zorgeloos de hele straat te gebruiken en heeft hij ook het recht hiertoe. Een voorbeeld is het centrum van Culemborg, een officieel stadserf.

Het is altijd opletten geblazen

De naakte straat (term ontleend aan de Duitse verkeerskundige Arndt Schwab) onderscheidt zich van het erf doordat er geen specifiek verkeersreglement voor bestaat. Dat betekent overigens niet dat er geen regels zijn, want ook zonder borden gelden de regels van het basis verkeersregime. Als het trottoir ontbreekt, is alles rijbaan en dienen voetgangers zich volgens het verkeersreglement aan uiterste zijde van de rijbaan te bevinden (vaak slalommend om de her en der geparkeerde auto’s). Bij het oversteken is geen sprake van gelijkwaardigheid, een voetganger van rechts (zijnde geen bestuurder) heeft geen voorrang op een aankomende auto. Op de rijbaan zijn de verkeersstromen onoverzichtelijk en onvoorspelbaar en zonder vluchtheuvels. Met het ontbreken van het trottoir verdwijnt ook de plek waar de voetganger zich zorgeloos veilig kan voelen. Het is altijd opletten geblazen. Er wordt overal verkeersgedrag verwacht. Niet gezellig in gesprek zijn, maar steeds opletten en proberen oogcontact te maken met de automobilist. Zorgwekkend is dat de ontwerpers zich niet bewust zijn van de heterogeniteit van de straatgebruikers die bij 30 km/u de ruimte gaan delen. Aan de ene kant is de automobilist met gordels in de verstevigde kooi 100% veilig, aan de andere kant voetgangers waarvoor een aanrijding ernstige gevolgen heeft. Oversteken bij 30 km/u vraagt om goed uitkijken bij de stoeprand en bij bredere rijbanen liefst via een vluchtheuvel. Een botsing met een auto die 30 km/u rijdt kan dodelijk aflopen, zeker voor ouderen. Zonder regels en weginrichting is de voetganger geheel afhankelijk van de welwillendheid van de automobilist. Het is dan niet verwonderlijk dat veel mensen deze naakte straten, ‘shared space’ genoemd, zeker bij slechter weer of duisternis, gaan mijden.

Ouderen ondervinden moeilijkheden

Verkeerspsycholoog Cees Wildervanck maakt zich al langer zorgen over de bruikbaarheid van shared space gebieden voor ouderen. ”Het is bedenkelijk als wordt gezegd dat het veiliger wordt doordat mensen zich onveiliger voelen. Wat als mensen zich zo onveilig voelen dat ze de straat niet meer op durven? Wat als jonge kinderen net hebben geleerd dat ze bij de stoeprand moeten stoppen en links en rechts kijken, en er is geen stoeprand en het verkeer overal vandaan kan komen?”

Hij heeft niet zoveel met het juridisch aspect, het gaat er om hoe het in de praktijk werkt.
“In Haren, waar het centrum als shared space is ingericht, verschenen ook paaltjes om te voorkomen dat auto’s fietsers in de weg zitten, maar die voorkomen niet dat fietsers (oudere) wandelaars dwarszitten. In Haren wonen veel ouderen. Er zijn geluiden van ouderen die zeggen niet meer in Haren boodschappen te doen, maar naar Assen uitwijken.”

Onderzoek van Matthijs van Hofwegen (Windesheim, 2012) bevestigt dat ouderen moeilijkheden ondervinden bij het gebruik van veel van deze ruimten. Gezien de beperkingen die ouderen nu eenmaal allemaal in meer of mindere mate kenmerken (minder snel, trager reactievermogen, slechter zicht, slechter gehoor) kunnen zij dit ook niet goed compenseren, behalve door de plekken te vermijden. De naakte straat in pure vorm is voor hen een te moeilijke opgave.

Cees Wildervanck: “Groot manco bij discussies over shared space is daarbij, dat lang niet altijd duidelijk is wat er per geval mee wordt bedoeld. Echt een vlakte waar iedereen overheen mag? Een milde vorm van woonerf? Een gewone straat met alleen maar rode steentjes? Als het neerkomt op een ruime rijbaan, loop je het risico van hogere snelheden. De snelheid beperken gaat het best met een goede inrichting. Zo werkt een breed trottoir en een smallere rijbaan beter voor ouderen en ook beter tegen snelle (brom)fietsers.”

Cees Wildervanck vindt daarmee ook dat verkeersborden maar betrekkelijk van waarde zijn, “De inrichting van de weg of straat is hoofdzaak, daarmee stuur je het best op gewenst gedrag. Verkeersborden, voorlichting en educatie van de verkeersregels is aanvullend en handhaving is het sluitstuk. Ook bij een (woon)erf is het belangrijker dat het als zodanig is ingericht dan dat er een bord bij staat. Vergeet ook niet dat maar hooguit 20% van de verkeersborden spontaan door weggebruikers wordt opgemerkt”.

Meer weten?
Tijdens de opleiding beleidsmedewerker Verkeer en Vervoer hoort u van Cees Wildervanck, zelfstandig verkeerspsycholoog, hoe verkeersongelukken worden veroorzaakt en kunnen worden voorkomen.

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Buurtlogistiek in de dode hoek

Tot 2040 zijn er 1 miljoen nieuwe woningen nodig. Nooit eerder stonden er zoveel nieuwe …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *