
Digitalisering in de zorg belooft al jaren meer gemak, betere samenwerking en efficiëntere zorgprocessen. Toch ervaren veel zorgverleners digitale systemen nog steeds vooral als extra registratie. Hoe kan dat, terwijl de technologische mogelijkheden groter zijn dan ooit?
Volgens Erik van der Velde, partner bij Zorgverbeteraars, ligt het antwoord niet alleen in de techniek. Het gaat vooral om de manier waarop zorgorganisaties veranderen. Of juist niet veranderen. “Er wordt veel voor de zorg geregeld. Er wordt ook veel over de zorg gepraat. Maar heel weinig met de zorg”, zegt hij. Erik werkt al bijna dertig jaar op het snijvlak van zorg en digitalisering. Vanuit zijn achtergrond als verpleegkundige en informaticus ziet hij beide werelden. Juist daardoor kijkt hij kritisch naar de manier waarop digitalisering in de zorg wordt ingezet.
Digitalisering in de zorg begon al met mobile computing aan het bed
De discussie over digitalisering in de zorg is niet nieuw. Erik ziet veel ontwikkelingen terugkomen in een ander jasje. “Als je wat ouder bent zoals ik, en je ziet dingen nu in de wereld gebeuren, dan denk je: dit hebben we ook al wel eens gehad. Het is alleen in een ander sausje”.
Aan het einde van de jaren negentig werkte Erik als verpleegkundige aan de digitaliseringskant van de ziekenhuiswereld. Toen was er al een duidelijke behoefte aan mensen die zorg en technologie konden verbinden. “Er was een enorme roep naar inhoudsdeskundigen. Dus mensen die de vertaalslag kunnen maken van waar staan we nu, wat doen we nu in de zorg en hoe zou digitalisering daarin kunnen gaan helpen”. In die tijd werd al nagedacht over mobile healthcare. Niet in de vorm zoals we die nu kennen, maar wel vanuit dezelfde gedachte: digitale ondersteuning dichter bij de patiënt brengen. “We zagen toen al, in het eind van de jaren negentig, dat er iets met mobile computing moest worden gedaan”, vertelt Erik.
Hij werkte in een vooruitstrevend academisch ziekenhuis, waar volgens hem “geld en ambitie” aanwezig waren. “We waren toen al bezig met handheld computers, wat je nu een tablet zou noemen, om daar een medicatiesysteem voor te ontwikkelen”. Het idee was praktisch en herkenbaar. Verpleegkundigen moesten niet steeds van het bed naar een computer hoeven lopen om informatie op te zoeken of vast te leggen. Erik: “Dat je niet elke keer bij de patiënt hoeft weg te lopen, maar dat je de verslaglegging aan het bed kon doen”.
Die ambitie is nog steeds actueel. Alleen is de context veranderd. Waar het toen ging over handheld computers, gaat het nu over elektronische dossiers, zorg op afstand, hybride zorgpaden, robotica en AI. Maar de centrale vraag blijft volgens Erik hetzelfde: helpt technologie de zorgverlener écht in het werkproces?
Van papier naar digitaal: oude wijn in nieuwe zakken
De afgelopen twintig jaar heeft de zorg een enorme digitaliseringsslag gemaakt. Papieren dossiers verdwenen op veel plekken. In ziekenhuizen kwamen elektronische patiëntendossiers. In de VVT-sector werden cliëntendossiers ingevoerd. “Er is afscheid genomen van die hele papieren massa. We hebben zo veel mogelijk gedigitaliseerd”, zegt Erik.
Toch betekent digitaliseren niet automatisch verbeteren. Daar zit volgens hem een belangrijk misverstand. “Helaas hebben we het dan zo gedigitaliseerd dat het eigenlijk gewoon oude wijn in nieuwe zakken is”. Veel systemen zijn volgens Erik een digitale vertaling van de oude administratie. Dat maakt ze niet per se lichter, slimmer of beter passend bij het dagelijkse zorgproces. “Als je er een beetje goed doorheen kijkt, zie je ook wel dat het eigenlijk de administratie van vroeger nog steeds is”.
Daarom ervaren zorgverleners een EPD, ECD of ander ondersteunend systeem vaak als registratielast. “Heel vaak wordt een EPD en een ECD wel als een registratielast gezien. Mensen moeten er veel in vastleggen op vaak niet logische plekken in het werkproces”. Zelfs wanneer leveranciers allerlei functionaliteiten toevoegen, verandert dat gevoel niet altijd. Die ervaring heeft gevolgen. Zorgverleners zoeken naar manieren om hun werk toch gedaan te krijgen. Ze leggen dingen anders vast dan bedoeld, gebruiken systemen minimaal of creëren hun eigen routes. “Men gebruikt olifantenpaadjes vaak om dingen vast te leggen”. zegt Erik.
Dat is niet alleen een technisch probleem. Het laat vooral zien dat de digitale oplossing onvoldoende aansluit bij de werkelijkheid van de zorgverlener. “Dat levert dan niet echt versnelling op”.
Waarom nieuwe technologie vaak tegen dezelfde muur loopt
De zorg kijkt inmiddels verder dan dossiers alleen. Robotica, RPA en AI worden steeds vaker genoemd als mogelijke oplossingen voor personeelstekorten, administratieve druk en inefficiënte processen. Toch is Erik voorzichtig met al te veel technologisch optimisme. Niet omdat hij tegen innovatie is. Integendeel. Maar hij ziet dat nieuwe technologie vaak tegen dezelfde adoptieproblemen aanloopt als eerdere digitaliseringsgolven. “We bedenken met z’n allen hele leuke, mooie dingen. Maar we vergeten goed te kijken naar waar in het proces van een zorgverlener dat eigenlijk goed past”.
Dat gold voor de invoering van het dossier, maar geldt ook voor AI. De technologie kan helpen om informatie op de juiste plek te zetten of processen te ondersteunen. Maar als het niet past in het werk, blijft het een los hulpmiddel. “Als je daar heel eerlijk naar kijkt, dan zie je toch dat heel veel van die initiatieven ook gewoon stranden op het feit dat het niet goed geadopteerd wordt door de zorgverleners”. Volgens Erik is dit misschien wel het meest terugkerende patroon in dertig jaar zorgdigitalisering. De mogelijkheden zijn er. De noodzaak groeit. Maar de toepassing blijft achter, omdat de menselijke en organisatorische kant onvoldoende aandacht krijgt. “Over de pak een beet dertig jaar dat ik actief ben in dit vak, zie je dat vooral als een steeds terugkomend item”, zegt hij. “Dat weerhoudt ons er ook heel erg van om eigenlijk al die beste goede mogelijkheden goed toe te passen in de zorg”.

Zorgverleners willen zorg verlenen, geen systemen bedienen
Een belangrijke oorzaak ligt volgens Erik in de beroepsgroep zelf. Niet als verwijt, maar als realiteit. Zorgverleners hebben meestal niet voor hun vak gekozen omdat ze graag met digitale systemen werken. “Zorgverleners zijn om maar één reden in dit vak gerold: ze willen patiëntenzorg verlenen”. Daarom is de interesse in digitalisering niet vanzelfsprekend. “De digitaliseringsdruk of interesse bij zorgverleners, die is er weinig”.
Dat begint volgens Erik wel te veranderen. Steeds meer organisaties werken met rollen als CMIO en CNIO: medische en verpleegkundige informatiefunctionarissen die digitalisering binnen de instelling op de kaart zetten. “Dat zijn de vaandeldragers van een zorginstelling die vooral digitalisering binnen een zorginstelling op de kaart moeten gaan zetten”, legt Erik uit. Zij enthousiasmeren collega’s, jagen ontwikkelingen aan en voeren regie. Ook stellen ze de belangrijke vraag of een organisatie wel de juiste dingen doet. “Zonder die rollen merk je gewoon dat digitalisering nog steeds heel slecht op de agenda komt van zorginstellingen”. Toch is het volgens Erik niet genoeg om digitale vaardigheden via e-learning te vergroten. De kern ligt in verandering.
Bovenstromen en onderstromen in digitale verandering
Wie digitalisering echt wil laten landen, moet verder kijken dan processen en systemen. Erik gebruikt daarvoor het onderscheid tussen bovenstromen en onderstromen. De bovenstroom is zichtbaar en organiseerbaar. Denk aan processen, systemen, projectplannen en afspraken. “Bovenstromen zijn vooral dingen die je zelf kan regelen, die je kan gaan inrichten”, zegt hij.
Maar de echte verandering zit vaak in de onderstroom. Daar gaat het over gedrag, overtuigingen, onzekerheid en het loslaten van oude routines. “Het zit hem vooral heel erg in die onderstromen, dat mensen ook dingen moeten gaan loslaten”. Dat loslaten is moeilijk. Zeker in de zorg, waar bestaande routines vaak zijn ontstaan vanuit betrokkenheid bij patiënten. Oude werkwijzen zijn niet per definitie verkeerd. Maar ze kunnen wel in de weg staan wanneer de zorg anders georganiseerd moet worden. “Dat losknippen, dat vindt men heel moeilijk”, zegt Erik. Toch is het soms noodzakelijk. Zolang de oude manier van werken beschikbaar blijft, vallen mensen gemakkelijk terug. “Zolang je daarin blijft faciliteren en dat ook zegt dat het prima is, krijg je geen blijvende verandering”.
Beeldbellen laat zien hoe snel oude patronen terugkomen
Een van de duidelijkste voorbeelden is beeldbellen. Tijdens corona werd zorg op afstand ineens normaal. Patiënten hadden telefonisch of via beeld contact met hun huisarts, verpleegkundige of medisch specialist. “Dat ging eigenlijk prima en kan veel opleveren”, zegt Erik. “Zeker in regio’s waar mensen ver moeten reizen. Die komen dan van heinde en ver. Zijn vaak een uur onderweg voor een contactmoment van vijf minuten”. Veel van die gesprekken kunnen digitaal. Niet altijd, maar wel vaker dan vóór corona gebruikelijk was.
Toch zag Erik dat zorgorganisaties na de pandemie snel terugkeerden naar de oude werkwijze. “Toen corona afgelopen was, toen gingen we daar allemaal weer terugvallen naar de oude manier van werken”. Huisartsen, verpleegkundigen en medisch specialisten wilden patiënten weer fysiek zien. Dat is begrijpelijk, zegt Erik. Persoonlijk contact blijft belangrijk. “Face-to-face contact is altijd fijn, dat moet je ook zeker hebben. Maar de vraag moet kritischer worden gesteld. Wanneer is het nou zinvol en wanneer is het nou niet zinvol?”. Daar ligt volgens hem een grote kans. Digitalisering in de zorg moet niet betekenen dat alles digitaal wordt. Het gaat om bewuste keuzes: wat kan op afstand, wat moet fysiek en wat is vanuit de patiënt én de zorgorganisatie het meest logisch?
Hybride zorg wordt urgenter door IZA en zorgcapaciteit
De laatste jaren ziet Erik wel een verandering. Vooral sinds het Integraal Zorgakkoord, waarbinnen nadrukkelijker wordt gekeken naar hybride zorg en passende zorg. “Pas de laatste twee jaar, drie jaar, sinds IZA eigenlijk actief is, worden mensen gedwongen om ook heel bewust naar de digitaliseringscomponenten te kijken”. Dat gebeurt volgens hem niet vanzelf. Er is druk nodig, bijvoorbeeld vanuit zorgverzekeraars. Zij stellen steeds vaker dat een zorgpad deels hybride moet zijn. “Dat houdt eigenlijk in dat het deels digitaal, dus met zorg op afstand bijvoorbeeld, moet kunnen worden gegeven en deels nog met face-to-face zorg”.
Die druk heeft een duidelijke achtergrond. De zorg loopt vast als organisaties blijven werken zoals ze altijd deden. “Iedereen ziet wel dat zorginfarct”, zegt Erik. Toch wordt nog te vaak gedacht dat harder werken of procesoptimalisatie voldoende is. “Op een of andere manier denken we nog steeds dat we met harder werken misschien veel meer kunnen doen”. Volgens Erik is dat niet realistisch. Het tekort aan zorgcapaciteit was al lang voorzien. “We weten al dat er vroeg of laat een enorm tekort komt aan zorgcapaciteit, en eigenlijk is dat nu al gaande”.
Digitalisering is daarom geen luxe meer. Het is een noodzakelijk onderdeel van de manier waarop zorg toegankelijk, organiseerbaar en betaalbaar moet blijven. Maar juist daarom moet digitalisering goed worden ingebed. Anders wordt het een extra laag boven op een systeem dat al onder druk staat.
Digitalisering is geen ICT-kunstje
Een hardnekkig probleem is dat digitalisering nog vaak als project wordt behandeld. Er komt een systeem, er wordt een implementatieplan gemaakt en daarna lijkt het werk klaar. Erik ziet dat anders. “Een digitaal systeem invoeren is niet hetzelfde als digitaal werken. Juist na de implementatie moet blijken of de nieuwe werkwijze past, wordt gebruikt en waarde toevoegt. Dat vraagt om begeleiding, aanpassing en soms ook om scherpe keuzes”.
Tegelijk waarschuwt Erik dat rigoureuze keuzes alleen werken als er commitment is in de organisatie. “Als je het zo doet zonder dat je de commitment hebt van een organisatie, dan krijg je heel veel weerstand”. Weerstand is volgens hem niet per se erg. “Natuurlijk krijg je niet iedereen in één keer mee. Als je maar wel genoeg commitment hebt op de verschillende lagen”.
Ketenzorg betekent ook dat je dingen niet meer zelf doet
Digitalisering raakt niet alleen de interne processen van een zorgorganisatie. Het raakt ook samenwerking tussen organisaties: de ketenzorg. Passende zorg op de juiste plek kan betekenen dat zorg verschuift naar de thuissituatie, naar de huisarts, naar een regionale samenwerking of naar digitale ondersteuning. Dat vraagt om een open blik op processen. Niet starten vanuit hoe het nu is georganiseerd, maar vanuit de vraag wat nodig is. “Je moet ook de bereidheid hebben om naar bestaande processen te durven kijken: waarom doen we nou eigenlijk dingen zoals we die doen? Kan het niet anders?”. Volgens Erik ontstaat vernieuwing juist wanneer mensen vrij durven denken. Niet door alles vanuit het heden te verklaren.
Het financiële stelsel remt verandering af
Toch is die open blik niet genoeg. Het zorgstelsel zelf maakt verandering soms ingewikkeld. Vooral de financiële inrichting kan samenwerking belemmeren. “Hoe ons zorgsysteem is ingericht, vooral financieel, houdt de verandering ook wel tegen”. Langdurige zorg, kortdurende zorg en gemeentelijke ondersteuning hebben eigen geldstromen. Als dat zo blijft, blijft het lastig zorg over domeinen heen goed te organiseren.
Als zorg wordt verplaatst, raakt dat ook de bekostiging. Wie betaalt? Wie levert in? Wie krijgt ruimte om anders te werken? “Als je wil gaan netwerken met elkaar, betekent dat dus ook dat je zorg gaat overdragen of ergens anders gaat beleggen. Gewoon op de juiste plek”. Volgens Erik moet daar eerlijker over gesproken worden. “Dan zou je ook met z’n allen na moeten gaan denken over een andere inrichting van dat financiële stelsel”. Transitie vraagt ruimte, tijd en geld. “Je kan niet van mensen verwachten dat ze gaan veranderen, vooral ook op digitaliseringsvlak, terwijl de voorwaarden daarvoor om die verandering goed te kunnen faciliteren niet goed zijn ingevuld”.
Digitalisering in de zorg vraagt om inzicht én moed
De ontwikkeling van mobile healthcare laat zien dat de zorg al decennia zoekt naar betere digitale ondersteuning. Van handheld computers aan het bed tot hybride zorgpaden en AI: de mogelijkheden worden steeds groter. Maar de kernvraag blijft dezelfde: sluit de oplossing aan bij het werk van zorgverleners en de behoefte van patiënten?
Digitalisering in de zorg vraagt daarom om meer dan techniek. Het vraagt om inzicht in processen, om begrip voor zorgverleners, om financiële en organisatorische randvoorwaarden en om de moed om oude werkwijzen los te knippen wanneer dat nodig is. Precies dat maakt digitalisering zo relevant voor iedereen die in of voor de zorg werkt.
Ontdek het speelveld van de Nederlandse zorg
Wil jij beter begrijpen hoe de Nederlandse zorg werkt en welke rol digitalisering daarin speelt? Meld je dan aan voor de cursus Inzicht in de Zorg van SBO. Tijdens deze cursus krijg je inzicht in de ontwikkelingen, spelers en vraagstukken die de zorg bepalen. Zo word je een sterkere gesprekspartner in een sector die volop in beweging is. Wil je meer weten over het programma? Vraag dan de brochure aan. De cursus is ook volledig op maat te volgen als Incompany-traject.
SBO Blog Het blog van Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid