Home » Veiligheid » Openbare orde en veiligheid » Opvang en hulpverlening voor personen met verward gedrag

Opvang en hulpverlening voor personen met verward gedrag

Het aantal berichten over mensen die verward gedrag vertonen neemt toe’ staat in het plan van aanpak op de website van de Rijksoverheid. Begin september 2015 installeerde het kabinet en de VNG (vereniging van Nederlandse gemeenten) zelfs een ‘aanjaagteam verwarde personen’. Hoe zit het in Amsterdam? Komen bij de oudste en grootste gezondheidsdienst van Nederland, de GGD (Geneeskundige en Gezondheidsdienst), meer meldingen binnen?

Wilco Tuinebreijer, psychiater bij de GGD Amsterdam, directeur van Beautiful Distress en spreker op het congres Verwarde personen.

Orkaan van onrust

Waarom zijn ‘verwarde’ mensen tegenwoordig wekelijks in het nieuws? Wilco Tuinebreijer, naast psychiater ook initiatiefnemer van Beautifull Distress (een stichting waar hedendaagse kunstenaars, cliënten en professionals het publiek met kunst een andere kijk willen geven op kwetsbare personen), ziet het zo: ‘Over de cijfers is geen duidelijkheid te krijgen en wij gebruiken die term niet graag. De politie is ermee begonnen om hun beklag te doen dat ze veel tijd aan verwarde, lees psychiatrische patiënten, besteden. Het is een grote orkaan aan het worden. Je creëert een GGZ die zich defensief gedraagt, omdat het zo’n vaag begrip is en daarmee het aantal zo groot. Deze beweging is niet goed voor de patiënten maar ook niet voor de mensen die in de GGZ werken.’

‘In de crisisketen van Amsterdam is het aantal meldingen de afgelopen twee/drie jaar gelijk gebleven. Als je over de laatste tien jaar kijkt zie je een geleidelijke toename.’ Waar zij tegenwoordig wel tegen aanlopen is dat instellingen eerder met behandeling stoppen en mensen daardoor in de problemen komen. ‘We zien mensen dan terug in crisis of via meldingen dat mensen opnieuw overlast veroorzaken of in de problemen komen met buren, de woningbouw of de wijkagent.

Wijkteams

Vangnet en Advies is een 24/7 dienstverlening en goed in de wijken vertegenwoordigd. De medewerkers kennen het uitgebreide netwerk waar Amsterdammers in hun woonomgeving mee geconfronteerd worden; zoals de huisartsen, politie, de wijkagent, thuiszorgorganisaties, de GGZ,  de verslavingszorg en de woningcorporaties. ‘In elk wijkteam zit een SPV van ons. Wij hebben direct contact met de wijkagenten, het zijn korte lijnen. Als zij vermoeden dat er zorg (vanwege psychische nood, verslaving maar ook huiselijk geweld, gezinsproblematiek, schuldproblemen, bezoek huisarts) moet komen, nemen zij contact op. Ook ‘gewone’ burgers kunnen bij het meldpunt hun zorgen delen. Bijvoorbeeld over dat ze ‘s nachts wakker worden gehouden of hun buurvrouw van 82 al twee dagen niet hebben gezien.’ De medewerkers van Vangnet en Advies hebben geen behandelfunctie. Zij inventariseren het probleem en geven een versnelde en voorlopige diagnose. ‘Als een collega er niet uitkomt, weten ze de psychiaters van de afdeling makkelijk te vinden, dan gaan we samen op de fiets erop af’, vertelt Wilco.

De rijdende psychiater

De geschiedenis van de Amsterdamse bemoeizorg gaat terug naar 1930. Psychiater Arie Querido  werkte toen aan concrete verbeteringen in de psychische zorg en legde de basis voor bemoeizorg. De psychiater moest de patiënt bezoeken, en niet andersom. Zo heeft de ‘rijdende psychiater’ vorm gekregen. ‘Dat mensen afhouden is een bekend fenomeen. We blijven herhalen, komen terug en daarnaast houden we de gezondheidsrisico’s van omwonenden in de gaten.’ Wilco Tuinebreijer doet dit werk al tien jaar en is ook weleens de deur uitgescholden. Maar over het algemeen, als hij zegt ‘ik ben van de GGD en kom kijken hoe het met u gaat’, doen negen van de tien keer mensen gewoon de deur open met ‘wilt u koffie?’. Dan is het eerste contact gemaakt.  Blijkbaar vertrouwen mensen de GGD, het is een oud instituut, bekend door de ambulance bij een ongeluk en door de consultatiebureaus. De GGD is zichtbaarder dan de GGZ

Vasthouden – de zorg inmasseren

Bij acute situaties krijgt iemand bij de GGZ snel, binnen 24 uur, een plek. Als mensen langer in behandeling moeten loopt Wilco Tuinebreijer soms tegen wachtlijsten aan. Niemand wordt echter aan zijn lot overgelaten. ‘Ook dan houden we vast en masseren iemand op  een gegeven moment de zorg in. Het lukt meestal binnen een aantal weken, op z’n hoogst twee maanden, een plek te geven.’ De hulpverlener probeert dan via de GGD-poli (voorheen drugs/methadonpoli) mensen alvast naar de huisarts te sturen of met medicatie te laten beginnen. Volgens Wilco Tuinebreijer doet Amsterdam het zo slecht nog niet. Wellicht kan het aanjaagteam een keer komen praten over de Amsterdamse aanpak?

Meer weten?

Op het congres Verwarde personen hoort u hoe u de opvang en hulpverlening voor verwarde personen organiseert in uw gemeente.

Op de opleiding Overlastcoördinator leert u hoe u overlast in uw wijk aanpakt veroorzaakt door verwarde personen.

Over Frank van Summeren

Frank van Summeren
Congres- en opleidingsmanager veiligheid bij het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid.

Bekijk ook

Formele start Samen tegen mensenhandel

Het programma Samen tegen mensenhandel is op 4 december formeel gestart. Staatssecretaris Harbers opende de …

èèn Reactie

  1. Mensen staan veel verder van elkaar af dan vroeger en het lijkt voor sommigen niet mee te vallen in deze ingewikkelde individualistische maatschappij om het hoofd te bieden aan veranderingen. Iedereen staat zo op zich zelf en het lijkt alsof mensen nauwelijks meer aanspreekbaar meer zijn dan dat ze in zich zelf gekapseld zijn of geabsorbeerd zijn. Iedereen wil zijn eigen weg gaan en willen zich met niemand bemoeien want dit staat hun alleen maar in de weg. Geen belangstelling en interesse. Vroeger had je nog mensen in de galerij wonen die een abonnement met elkaar deelden zoals een krant of een tijdschrift. Dan kwamen ze ook wel eens bij elkaar op bezoek om een kopje koffie en ieder kende elkaar. Sommigen kunnen steeds minder hebben van mensen die wat anders zijn en verschillend van elkaar zijn. Ik dacht dit maakt het juist boeiend dat ieder weer verschillend van elkaar is. Het valt voor sommigen niet mee om betaalbare woonruimte te vinden en met een inhouding is het helemaal niet gemakkelijk. Niet iedereen staat zo voor elkaar open wat noden en behoeften aangaat. Vroeger maakte iemand wel eens een praatje met mensen die op de galerij woonden, en ieder kende elkaar. Je dacht eendracht maakt macht. Ik ben ook niet zo idealistisch meer. Het valt voor sommigen niet mee dat niemand naar ze omkijkt en dat ze niet veel mensen kennen in de wijk om zo maar een praatje mee te maken. Er zijn ook mensen die op je neer kijken, en die vinden dat je niet bij hun hoort. .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *