Home » Milieu & RO » Milieu » Water en ruimtelijke ordening | Meestgestelde vragen
Risicomanagement

Water en ruimtelijke ordening | Meestgestelde vragen

In aanloop naar de opleiding Water Management vroegen wij Peter de Putter, directeur van Sterk Consulting en Simon Handgraaf, adviseur omgevingsrecht en mede-eigenaar van Colibri Advies BV en beide verbonden aan de Helpdesk Water, naar de drie meest gestelde vragen op het gebied van water en ruimtelijke ordening.

Wat is het verschil tussen een bergingsgebied en een noodoverloopgebied?

Bergingsgebieden zijn bedoeld om binnen een watersysteem voldoende ruimte voor de berging van (hemel)water te creëren om daarmee als waterbeheerder te kunnen voldoen aan de normering voor wateroverlast. Bergingsgebieden hebben een echte waterbeheerfunctie en vormen een integraal onderdeel van het watersysteem.

Noodoverloopgebieden maken geen deel uit van het watersysteem; zij vallen buiten de werking van de Waterwet. Deze gebieden komen slechts voor inundatie in aanmerking, indien de reguliere bergingscapaciteit van een watersysteem, zoals een rivier, niet langer toereikend is om het teveel aan water (bv. een extreem hoge rivierafvoer) te bergen. Het gaat hierbij, in tegenstelling tot bergingsgebieden, om bovenmaatgevende omstandigheden waarop het watersysteem niet is berekend. Het is niet per se nodig deze gebieden van tevoren als zodanig in te richten. Ook na eventuele inrichting zijn deze gebieden geen onderdeel van het watersysteem. Noodoverloopgebieden vervullen een functie in het kader van de openbare orde en veiligheid. Wanneer een noodoverloopgebied wordt aangewezen, is het dan ook niet de waterbeheerder die besluit tot inzet van een dergelijk gebied.

Op grond van de Waterwet geldt de verplichting om de tijdelijke berging van water te gedogen. Maar moet hierbij ook de plicht de eventuele vervuiling die dit veroorzaakt te gedogen? Ten slotte dient men zich ook te houden aan de Wet bodembescherming.

Met een hoeveelheid te bergen water kunnen verontreinigingen meekomen. Als dit tot schade leidt, bijvoorbeeld in de vorm van een slechtere kwaliteit van gewassen maar ook in de vorm van saneringsmaatregelen om een bodemverontreiniging ongedaan te maken, dan is  deze schade in principe via de schadevergoedingsregeling van de Waterwet te verhalen.

Als waterschap willen we in ons wateradvies aan de gemeente concrete regels meegeven met als doel om deze in het bestemmingsplan op te nemen. Kan dat eigenlijk wel?

Zeker kan dat, zolang de regels maar worden gesteld in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Zo is het mogelijk een bouwregel op te nemen op grond waarvan het alleen is toegestaan om te bouwen indien daardoor geen negatieve hydrologische gevolgen voor omliggende gronden ontstaan. 

 

Bij de omgevingsvergunning (de lichtere gevallen) wordt bij niet tijdig beslissen van het bevoegd gezag de vergunning van rechtswege verleend. Is dat bij de watervergunning ook het geval?

De Waterwet zelf gaat niet uit van de zogenoemde lex silencio positivo (LSP): niet tijdig beslissen is stilzwijgend instemmen. Op grond van artikel 28 van de Dienstenwet geldt voor vergunningen in principe de LSP wel. Uitzondering hierop zijn alle vergunningen die met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb worden voorbereid. Ook geldt de LSP niet voor vergunningen die voortvloeien uit een Europese richtlijn, wanneer die richtlijn zich verzet tegen stilzwijgende verlening van de vergunning. Alle watervergunningen die voortvloeien uit hoofdstuk 6 van de Waterwet dienen ter implementatie van artikel 11 van de Kaderrichtlijn Water. Deze eist dat een ‘voorafgaande beoordeling’ plaatsvindt voordat handelingen, zoals het onttrekken van grondwater of het lozen van stoffen, worden toegestaan. Om deze reden geldt de LSP niet voor watervergunningen op grond van de Waterwet zelf. De LSP geldt echter wel voor watervergunningen op grond van de keur van het waterschap.

Moet onder het begrip ‘infiltreren’ (art. 6.1 Wtw) ook ‘retourneren’ worden begrepen?

Infiltreren in de zin van de Waterwet is het brengen van water in de bodem met het oog op het onttrekken van dat water (zie art. 1.1 Wtw). Bij retourneren van onttrokken grondwater is dat niet het geval. Retourneren valt dus niet onder het begrip ‘infiltreren’.

Kan een watervergunning worden geweigerd als bijvoorbeeld wordt gevreesd voor bouwkundige risico’s door een grondwateronttrekking?

Een watervergunning moet worden geweigerd, indien verlening van de vergunning niet verenigbaar is met de doelstellingen van de Waterwet. Dit zijn verplichte weigeringsgronden; om andere redenen kan niet worden geweigerd. Aangezien het voorkomen van bouwkundige risico’s geen doelstelling van het waterbeheer is, kan het bevoegd gezag de watervergunning voor een grondwateronttrekking niet weigeren uitsluitend vanwege dergelijke risico’s.

Dat betekent echter niet dat bij de vergunningverlening geen rekening kan worden gehouden met die bouwkundige risico’s. De watervergunning kan weliswaar niet worden geweigerd, maar het bevoegd gezag mag wel voorschriften in de vergunning opnemen om die bouwkundige risico’s te beperken of weg te nemen. Dat vloeit voort uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals verankerd in de Algemene wet bestuursrecht.

Meer weten over de ontwikkelingen in de watersector? 

Bekijk dan het programma van de opleiding Water Management.

Over sbo

sbo
Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 studiedagen en opleidingen over o.a. ruimtelijke ordening & milieu, bestuur, verkeer & vervoer, sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.

Bekijk ook

Nederland werkt hard om in 2050 een economie zonder afval te zijn

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) is namens het Nederlandse kabinet aanwezig bij de …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *