Welke ontwikkelingen in het onderwijs volgen uit Prinsjesdag 2026?

Meer aandacht voor basisvaardigheden, investeren in onderwijsprofessionals, de opkomst van AI en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt. Prinsjesdag 2026 laat verschillende ontwikkelingen in het onderwijs zien die de komende jaren merkbaar worden in de praktijk. De achterliggende ambitie van het kabinet is om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen en leerlingen en studenten beter voor te bereiden op deelname aan de samenleving en arbeidsmarkt. Wat betekent dat concreet voor onderwijsprofessionals?

De basisvaardigheden structureel versterken

Taal en rekenen blijven belangrijke speerpunten. Vanaf 2027 ontvangen scholen in het funderend onderwijs structureel geld voor het verbeteren van de basisvaardigheden. In totaal gaat het om ruim € 500 miljoen per jaar, oftewel minimaal € 206 per leerling. Scholen hoeven hiervoor niet langer ieder jaar opnieuw subsidie aan te vragen. Volgens het kabinet geeft dit scholen meer zekerheid en daarmee meer ruimte om langetermijnplannen te maken.

Waarom ligt hier zoveel nadruk op? Het kabinet ziet taal als een belangrijke voorwaarde om te kunnen leren, werken en deelnemen aan de samenleving. De inzet moet bovendien helpen om de kwaliteitsverschillen tussen scholen te verkleinen. Die basis gaat verder dan alleen leren lezen, schrijven en rekenen. Mondelinge taalvaardigheid en tekstbegrip spelen eveneens een belangrijke rol in de ontwikkeling van leerlingen. Binnen het rekenonderwijs is het daarnaast belangrijk om tijdig te signaleren waar leerlingen vastlopen.

Wil je hier binnen jouw school verder mee aan de slag? Verdieping vind je bijvoorbeeld in de cursus Mondelinge Taalvaardigheid in het PO, Specialist Tekstbegrip, Rekendiagnostiek of Rekencoördinator PO.

Investeren in sterke onderwijsprofessionals

Goed onderwijs vraagt volgens het kabinet om sterke teams van leraren, schoolleiders en ondersteunend personeel. Zij moeten voldoende toegerust zijn en zich kunnen blijven ontwikkelen. Tegelijkertijd blijft het aantrekken en behouden van voldoende professionals een belangrijk vraagstuk. Daarom investeert het kabinet in 2027 ongeveer € 80 miljoen om zij-instroom aantrekkelijker te maken. Dat bedrag loopt daarna op tot jaarlijks € 88 miljoen.

De aandacht gaat daarbij niet alleen uit naar het aantal professionals. In de beleidsplannen van OCW staat ook professionalisering centraal, omdat goed onderwijs volgens het kabinet begint bij teams die zich doorlopend ontwikkelen. Functies binnen scholen veranderen bovendien en professionals krijgen nieuwe of bredere verantwoordelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan intern begeleiders en specialisten rondom taal en ondersteuning. Voor onderwijsorganisaties betekent dit dat investeren in medewerkers niet alleen helpt bij het aantrekken van personeel, maar ook bij het ontwikkelen en behouden van de mensen die al in de school werken.

Wil je jezelf verder ontwikkelen binnen zo’n specialistische rol? Bekijk dan bijvoorbeeld de opleiding Intern Begeleider en de opleiding Taalcoördinator VO.

AI krijgt een vaste plek in het onderwijs

Een van de opvallende ontwikkelingen in het onderwijs is de verdere opkomst van AI. In 2027 stelt het kabinet € 10,7 miljoen beschikbaar voor een publieke AI-voorziening voor het funderend onderwijs. De gedachte daarachter is niet alleen dat AI mogelijkheden biedt voor leraren en leerlingen. Scholen moeten volgens het kabinet ook grip houden op de manier waarop de technologie wordt ingezet.

Daarom ligt bij de publieke voorziening nadrukkelijk de focus op privacy, veiligheid en verantwoord gebruik van gegevens. Scholen moeten verschillende AI-modellen kunnen gebruiken zonder volledig afhankelijk te worden van één commerciële aanbieder. Daarmee verschuift de discussie steeds meer van óf AI onderdeel wordt van het onderwijs naar hoe scholen AI verantwoord inzetten.

Die impact gaat verder dan de lespraktijk. Ook toetsing en examinering veranderen wanneer leerlingen en studenten steeds eenvoudiger toegang hebben tot AI. Hoe bepaal je wat iemand zelfstandig beheerst? En welke vaardigheden hebben leerlingen nodig om AI kritisch en verantwoord te gebruiken? Daarmee worden onderwerpen als AI-geletterdheid en AI bij toetsing steeds relevanter. Onderwijsprofessionals kunnen zich hierin verdiepen via de cursussen AI-geletterdheid VO/MBO en AI & Toetsing in het MBO & HO.

Burgerschap krijgt meer gewicht in het mbo

Onderwijs gaat niet alleen over taal, rekenen en vakkennis. Ook burgerschap wordt binnen het mbo nadrukkelijker onderdeel van de basisvaardigheden. Vanaf studiejaar 2027-2028 moeten mbo-studenten examen doen in burgerschap en gelden nieuwe kwalificatie-eisen. Het examen kan bijvoorbeeld de vorm krijgen van een portfolio waarmee studenten hun ontwikkeling en leerervaringen inzichtelijk maken.

De overheid wil hiermee de positie van burgerschap binnen het mbo versterken. Studenten moeten leren omgaan met maatschappelijke vraagstukken, kritisch leren denken en leren luisteren naar verschillende standpunten. Daarbij spelen democratische waarden als vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit een rol. Aanleiding voor de bredere aanpak is onder meer dat onderzoek een afname laat zien in burgerschapskennis onder jongeren en verschillen in burgerschapscompetenties tussen groepen jongeren.

Naast burgerschap blijven sociale veiligheid, pesten en meertaligheid belangrijke thema’s in de dagelijkse onderwijspraktijk. Professionals die zich hierin willen verdiepen, kunnen bijvoorbeeld kiezen voor de cursussen Burgerschapsonderwijs, Anti-pestcoördinator, Leerkracht NT2 PO en Meertaligheid & NT2-onderwijs VO/MBO.

Onderwijs en arbeidsmarkt moeten beter aansluiten

Tot slot richt het kabinet zich op de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Nederland heeft voldoende mensen nodig voor sectoren en publieke voorzieningen waar personeel hard nodig is. Het onderwijs krijgt daarom een belangrijke plaats binnen de Talentstrategie van het kabinet. Voor het mbo wordt daarnaast gewerkt aan het pact Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst.

Tegelijkertijd daalt het aantal leerlingen en studenten. Vooral in bepaalde regio’s kan dit grote gevolgen hebben voor het opleidingsaanbod. Landelijk wordt richting 2040 een afname van ongeveer 14 procent van het aantal mbo-studenten verwacht ten opzichte van 2020. In regio’s zoals de Achterhoek, Friesland en Zuid-Limburg kan de daling oplopen tot 20 à 30 procent. Hierdoor kan het moeilijker worden om opleidingen open te houden, ook wanneer die belangrijk zijn voor de regionale arbeidsmarkt.

Daarom wil het kabinet de financiering van het mbo minder afhankelijk maken van studentenaantallen. De nieuwe bekostiging moet vanaf 2029 ingaan. Onderdeel van het voorstel is jaarlijks € 200 miljoen voor regionale samenwerking, waarmee onderwijsinstellingen gezamenlijk kunnen werken aan het opleidingsaanbod en de aansluiting op de arbeidsmarkt. Het doel is om goed en toegankelijk beroepsonderwijs ook in regio’s met krimp beschikbaar te houden.

Bereid je voor op ontwikkelingen in het onderwijs

De ontwikkelingen in het onderwijs die rond Prinsjesdag 2026 zichtbaar worden, hebben een duidelijke samenhang. Het kabinet wil de basisvaardigheden versterken, investeren in voldoende en goed toegeruste professionals en scholen ondersteunen bij nieuwe vraagstukken zoals AI. Tegelijkertijd krijgen burgerschap en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt nadrukkelijk aandacht.

Voor onderwijsprofessionals betekent dit dat verschillende thema’s de komende jaren verder hun weg vinden naar de dagelijkse praktijk. Van taal en rekenen tot AI, burgerschap en veranderende rollen binnen scholen. Wie deze ontwikkelingen wil vertalen naar de eigen onderwijspraktijk, kan zich verdiepen in een van de opleidingen en cursussen die bij deze thema’s aansluiten. Wil je een van deze vaardigheden samen met jouw team ontwikkelen? Kies dan voor een Incompany-traject!

Over Imke Vis

Als programmamanager werkt Imke dagelijks aan het ontwikkelen van congressen en opleidingen binnen zowel de zorg als het onderwijs. Hoewel ze zelf geen directe werkervaring heeft binnen deze sectoren, heeft ze via familieleden van dichtbij gezien hoe waardevol en impactvol dit werk is. Die persoonlijke betrokkenheid maakt dat deze vakgebieden haar sterk aanspreken en motiveert om relevante en inspirerende programma’s te creëren. Ze blijft zich dan ook in beide branches verdiepen om de inhoud en behoeften steeds beter te begrijpen en hier optimaal op in te spelen.

Bekijk ook

Het belang van soft skills bij een controlfunctie in het onderwijs

De rol van controller in het onderwijs is volop in beweging. Digitalisering, datagedreven werken en …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *