Peter Verheij (ROB):‘Herverdeling gemeentefonds kan flinke verschuiving geven’

De grootste inkomstenbron van de Nederlandse gemeenten is het gemeentefonds. Het gaat om een pot geld van 31 miljard euro die binnenkort op een andere manier wordt verdeeld over de 352 Nederlandse gemeenten. Peter Verheij weet er meer van en deelt zijn kennis tijdens de virtuele praktijksessie op 30 november 2021, onderdeel van het seminar Jaarrekeningactualiteiten Gemeenten & Provincies

Peter, je bent lid van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), een onafhankelijk adviesorgaan dat binnenkort advies uitbrengt over een andere verdeling van het gemeentefonds. Hoe was het om dat advies uit te brengen?

‘Uitdagend. De maatschappij verandert en soms veranderen ook de taken van de gemeenten. Neem de overheveling van taken in het sociaal domein van het Rijk naar de gemeenten. De verdeling moet bij die dynamiek aansluiten. Daarom wordt eens in de pakweg vijf jaar bekeken of de criteria op grond waarvan wordt bepaald hoeveel gemeenten krijgen nog kloppen. Dat is nog niet zo eenvoudig. Het gaat erom dat de verdeling goed aansluit bij de leefwereld van de gemeenten. Het is geen louter technische operatie.’

De pot met geld wordt dus niet groter?

‘Nee, in deze herverdeling blijft het totaalbedrag gelijk. Desondanks kan er voor een individuele gemeente veel veranderen. In het voorstel van BZK kan het bedrag dat een gemeente per inwoner krijgt soms wel met € 150,- toe- of afnemen. De kans dat het verschil daadwerkelijk zo groot wordt is overigens niet groot. BZK stelt voor het verschil met de huidige situatie stapsgewijs in te voeren en te maximeren tot € 60,- per inwoner na 4 jaar.

Wat verandert er in de criteria waardoor de verdeling van het geld zoveel kan wijzigen?
‘De verdeling wordt globaler en er worden onder andere nieuwe maatstaven gebruikt om het geld te verdelen. De werkelijke uitgaven van een geselecteerd aantal gemeenten is tegen het model gehouden en we hebben getoetst of die nieuwe verdeling aansluit bij de oude. Deze operatie kan grote effecten hebben voor individuele gemeenten. Het gaat erom dat het nieuwe model beter moet zijn dan het oude en ook ‘beter genoeg’ oftewel: het moet de toets der kritiek kunnen doorstaan.’

Wat is de doelstelling van de herijking?

‘Dat alle gemeenten in een min of meer gelijkwaardige positie gaan of blijven verkeren om hun wettelijke taken uit te voeren, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzakelijke kosten die ze moeten maken voor hun opgedragen taken en met hun eigen verdiencapaciteit ofwel of ze meer of minder inkomsten kunnen genereren.’

Gemeenten die erop vooruit gaan zul je waarschijnlijk niet horen. Maar hoe reageren gemeenten die teleurgesteld zijn omdat ze flink moeten inleveren?

‘Die stellen vaak kritische vragen. Ze bellen, sturen brieven of schakelen onderzoekbureaus in om ons ertoe te bewegen ons advies bij te stellen. Daar luisteren we overigens goed naar want hun opmerkingen zijn soms terecht. Zijn we het niet met hen eens, dan leggen we uit waarom. Er is vaak te veel focus op het herverdeeleffect. Het gaat ons erom dat de uiteindelijke nieuwe verdeling voldoet aan de bestuurlijke uitgangspunten.’

Welke criteria hanteren jullie voor de beoordeling van de verdeling van de gelden?

‘Dat zijn er vier. Allereerst moet een gemeente genoeg geld krijgen om de noodzakelijke kosten te kunnen dekken (kostenoriëntatie). Ten tweede moet het een objectieve en globale verdeling zijn (globaliteit). Daarmee bedoelen we dat een gemeente de hoogte van de uitkering uit het gemeentefonds niet mag kunnen beïnvloeden. Ten derde dient de verdeling rekening te houden met de draagkracht van de gemeenten en tot slot moet de verdeling uitlegbaar zijn. De verschuivingen en patronen die zichtbaar zijn moeten wel uit te leggen zijn en op landelijk niveau aansluiten met de bestuurlijke werkelijkheid.’

In hoeverre delen jullie in het advies jullie visie over de manier waarop gemeenten betrokken moeten worden bij de weg naar de invoering van het nieuwe verdeelmodel?

‘Primair gaat het ons om de aansluiting met de leefwereld van de inwoners en of de herverdeling voldoet aan de genoemde criteria. Natuurlijk moet er ook draagvlak voor zijn. In ons advies Rust-Reinheid-Regelmaat hebben we de vinger gelegd op de gecompliceerde verhouding tussen Rijk en gemeenten. Een zorgvuldig proces is dan cruciaal voor het vertrouwen in de uitkomst.’

De ROB beziet het functioneren van de overheid vooral vanuit het perspectief van de burger en het vertrouwen van de burger in de democratie. Hoe spelen jullie in op dit perspectief en het vertrouwen van de burger met betrekking tot de herverdeling van het gemeentefonds?

‘Voor vertrouwen is transparantie en uitlegbaarheid cruciaal. Is het voor gemeentebestuurders te volgen wat hier gaande is? Is het na te rekenen en is het uit te leggen waarom de ene groep gemeenten er geld bij krijgt en de andere inlevert? Daarnaast is het van belang dat de verdeling aansluit bij de leefwereld van inwoners. De dynamiek in kosten in bijvoorbeeld het sociaal domein is daar een voorbeeld van. Als in de verdeling te weinig oog is voor de noodzakelijke kosten van gemeenten in het sociaal domein zullen gemeenten ook tegen inwoners zeggen ‘we krijgen nu eenmaal niet meer van Den Haag.’ Dat is slecht voor het vertrouwen in de politiek en het bestuur.

De ROB baseert zijn adviezen op bestuurlijke kennis en ervaring, state-of-the-art wetenschappelijke inzichten en kennisname van opinies en inzichten uit de samenleving. Kun je ons meenemen in de stappen die jullie hebben doorlopen tot jullie uiteindelijke eindadvies?  

‘Onze raad is breed samengesteld. Er zijn leden die hoogleraar aan een universiteit zijn en er zijn ook leden met veel praktijkervaring in het lokaal bestuur of leden die andere inzichten meebrengen. Dat maakt dat we al deze inzichten op zo’n voorstel kunnen loslaten. Ook raadplegen we zelf experts op dit gebied en worden we door adviesbureaus en gemeenten benaderd die hun kennis en inzichten met ons willen delen. In dit geval hebben we eerst een tussenbericht uitgebracht als ROB over de herverdeling gemeentefonds, omdat we nog met veel vragen zaten. Op basis van een door BZK bijgesteld voorstel werken we nu aan ons definitieve advies. Dat komt in de tweede helft van oktober uit. Dat betekent dat we daarover het gesprek kunnen aangaan in de virtuele praktijksessie van SBO op 30 november.

Peter Verheij, van huis uit registeraccountant, is expert op het gebied van gemeentefinanciën. Hij was als wethouder elf jaar verantwoordelijk voor de financiën van de gemeente Alblasserdam en een aantal jaar van de regio Drechtsteden. Peter is lid van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Meer weten?

Op 18 november krijg je tijdens de 16e editie van het seminar Jaarrekeningactualiteiten Gemeenten & Provincies alle regelgeving, inzichten en actualiteiten voor het opstellen van de jaarrekening!

Met dit jaar extra aandacht voor deze actuele thema’s:

  • BBV: updates, ontwikkelingen en wijzigingen
  • De impact van COVID-19 op de jaarrekening 2021
  • PFAS, stikstof en grondexploitatie
  • De rechtmatigheidsverantwoording 2021; ben je in control?
  • Risicobeheersing bij inzet van algoritmen

In één dag ben je volledig op de hoogte en kun je direct aan de slag met jouw jaarrekening!

Over sbo

Het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO) organiseert jaarlijks zo’n 200 studiedagen en opleidingen over o.a. ruimtelijke ordening & milieu, bestuur, verkeer & vervoer, sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.

Bekijk ook

‘Wil je dat je advies wordt overgenomen? Investeer dan in je soft skills’

Je hebt een dijk van een advies uitgebracht. Toch wordt je advies niet overgenomen. Hoe …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *